Besluit algemene rechtspositie politie

Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepaling
Hoofdstuk Ia Elektronische berichtgeving
Hoofdstuk II Aanstelling
Hoofdstuk III Arbeids- en rusttijden
Hoofdstuk IV Vakantie
Hoofdstuk IV.A Individuele keuzemogelijkheden in arbeidsvoorwaarden
Hoofdstuk V Verlof
Hoofdstuk V.a Levensfase-uren
Hoofdstuk VI Buitengewoon verlof
Hoofdstuk VII Arbeidsgezondheidskundige begeleiding en maatregelen en enkele overige bepalingen in verband met ziekte, beroepsgerelateerde gezondheidsklachten en zwangerschap
Hoofdstuk VII.a Integriteit
Hoofdstuk VII.b Voorzieningen bij reorganisaties
Hoofdstuk VIII Overige rechten en verplichtingen van de ambtenaar
Hoofdstuk IX Straffen
Hoofdstuk X Schorsing en ontslag
Hoofdstuk XI Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage I bij artikel 55ia, derde lid, Besluit algemene rechtspositie politie
Bijlage II bij artikel 55ia, derde lid, Besluit algemene rechtspositie politie

Artikel 30e

HISTORISCH
  1. De artikelen 30 tot en met 30d zijn van toepassing op de ambtenaar die:

    1. op of na 1 juli 2019 in dienst treedt;

    2. op 30 juni 2019 in dienst is en:

      1. op of na 1 juli 2018 in dienst is getreden;

      2. op 30 juni 2018 in dienst was en op 1 juli 2018 jonger was dan 46 jaar; of

      3. op 30 juni 2018 in dienst was en op 1 juli 2018 46 jaar of ouder was, maar nog geen 55 jaar.

  2. Artikel 30 is niet van toepassing op de ambtenaar:

    1. bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3, die in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019 bij het bevoegd gezag schriftelijk kenbaar heeft gemaakt geen aanspraak te maken op levensfase-uren;

    2. die op 30 juni 2018 in dienst was en op 1 juli 2018 55 jaar of ouder was;

    3. op wie artikel 88a van toepassing is.

  3. De artikelen 13a en 18 zijn niet van toepassing op de ambtenaar die aanspraak heeft op levensfase-uren als bedoeld in artikel 30.

  4. Het tweede lid, onderdeel a, is niet van toepassing op de in dat lid bedoelde ambtenaar die op 1 januari 2023 in dienst was, tot 1 juli 2023 geen aanspraak heeft gemaakt op de toepassing van artikel 13a, en in de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 maart 2023 bij het bevoegd gezag schriftelijk kenbaar heeft gemaakt met ingang van 1 juli 2023 alsnog aanspraak te willen maken op levensfase-uren.

18-04-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-11-2025 Historisch 23-09-2025 Historisch 13-05-2025 Historisch 01-04-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 14-11-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 22-06-2024 Historisch 11-05-2024 Historisch 20-01-2024 Historisch 01-01-2023 Historisch 15-09-2022 Historisch 02-08-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-04-2022 Historisch 26-03-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-12-2021 Historisch 09-03-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 23-12-2020 Historisch 05-09-2020 Historisch 01-09-2020 Historisch 13-03-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 20-01-2024.

Tekst van deze versie

  1. De artikelen 30 tot en met 30d zijn van toepassing op de ambtenaar die:

    1. op of na 1 juli 2019 in dienst treedt;

    2. op 30 juni 2019 in dienst is en:

      1. op of na 1 juli 2018 in dienst is getreden;

      2. op 30 juni 2018 in dienst was en op 1 juli 2018 jonger was dan 46 jaar; of

      3. op 30 juni 2018 in dienst was en op 1 juli 2018 46 jaar of ouder was, maar nog geen 55 jaar.

  2. Artikel 30 is niet van toepassing op de ambtenaar:

    1. bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3, die in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019 bij het bevoegd gezag schriftelijk kenbaar heeft gemaakt geen aanspraak te maken op levensfase-uren;

    2. die op 30 juni 2018 in dienst was en op 1 juli 2018 55 jaar of ouder was;

    3. op wie artikel 88a van toepassing is.

  3. De artikelen 13a en 18 zijn niet van toepassing op de ambtenaar die aanspraak heeft op levensfase-uren als bedoeld in artikel 30.

  4. Het tweede lid, onderdeel a, is niet van toepassing op de in dat lid bedoelde ambtenaar die op 1 januari 2023 in dienst was, tot 1 juli 2023 geen aanspraak heeft gemaakt op de toepassing van artikel 13a, en in de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 maart 2023 bij het bevoegd gezag schriftelijk kenbaar heeft gemaakt met ingang van 1 juli 2023 alsnog aanspraak te willen maken op levensfase-uren.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Besluit algemene rechtspositie politie