1. Artikel 30 is niet van toepassing op de ambtenaar die:

    1. op 30 juni 2018 in dienst was en op 1 juli 2018 46 jaar of ouder maar nog geen 55 jaar oud was en die in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019 bij het bevoegd gezag schriftelijk kenbaar heeft gemaakt geen aanspraak te willen maken op levensfase-uren;

    2. op 30 juni 2018 in dienst was en op 1 juli 2018 55 jaar of ouder was;

    3. wordt bedoeld in artikel 88a.

  2. De artikelen 13a en 18 zijn niet van toepassing op de ambtenaar die aanspraak heeft op levensfase-uren als bedoeld in artikel 30.

  3. Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op de in dat lid bedoelde ambtenaar die op 1 januari 2023 in dienst was, tot 1 juli 2023 geen aanspraak heeft gemaakt op de toepassing van artikel 13a, en in de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 maart 2023 bij het bevoegd gezag schriftelijk kenbaar heeft gemaakt met ingang van 1 juli 2023 alsnog aanspraak te willen maken op levensfase-uren.