Besluit algemene rechtspositie politie

Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepaling
Hoofdstuk Ia Elektronische berichtgeving
Hoofdstuk II Aanstelling
Hoofdstuk III Arbeids- en rusttijden
Hoofdstuk IV Vakantie
Hoofdstuk IV.A Individuele keuzemogelijkheden in arbeidsvoorwaarden
Hoofdstuk V Verlof
Hoofdstuk V.a Levensfase-uren
Hoofdstuk VI Buitengewoon verlof
Hoofdstuk VII Arbeidsgezondheidskundige begeleiding en maatregelen en enkele overige bepalingen in verband met ziekte, beroepsgerelateerde gezondheidsklachten en zwangerschap
Hoofdstuk VII.a Integriteit
Hoofdstuk VII.b Voorzieningen bij reorganisaties
Hoofdstuk VIII Overige rechten en verplichtingen van de ambtenaar
Hoofdstuk IX Straffen
Hoofdstuk X Schorsing en ontslag
Hoofdstuk XI Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage I bij artikel 55ia, derde lid, Besluit algemene rechtspositie politie
Bijlage II bij artikel 55ia, derde lid, Besluit algemene rechtspositie politie

Artikel 1

HISTORISCH
  1. In dit besluit wordt verstaan onder:

    1. aandachtsgebied: een verbijzondering van een werkterrein, dat wordt gekenmerkt door een grote verscheidenheid aan onderwerpen, waarvoor een specifieke inzet en inbreng geldt. Voor deze inzet kunnen nadere opleiding- en certificeringeisen worden gesteld;

    2. ambtenaar: de aspirant, de ambtenaar in opleiding, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, de vrijwillige ambtenaar, de ambtenaar van de rijksrecherche en de vakantiewerker;

    3. ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak: de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Politiewet 2012, met uitzondering van de aspirant gedurende het theoretische opleidingsdeel en de ambtenaar in opleiding gedurende het theoretisch opleidingsdeel, waarbij voor de toepassing van dit besluit de ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, gelijk wordt gesteld aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Politiewet 2012;

    4. ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie: de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Politiewet 2012, waarbij voor de toepassing van dit besluit de directeur van de Politieacademie, zijn plaatsvervanger en de ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de rijksrecherche, gelijk worden gesteld aan ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Politiewet 2012;

    5. ambtenaar in opleiding: degene die door het bevoegd gezag is aangesteld als ambtenaar in opleiding en die is toegelaten tot een krachtens artikel 2c, tweede lid, aangewezen politieopleiding;

    6. ambtenaar van de rijksrecherche: de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van de Politiewet 2012;

    7. AOW-gerechtigde leeftijd: de leeftijd waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet;

    8. arbodienst: arbodienst als bedoeld in artikel 1 van de Arbeidsomstandighedenwet;

    9. arts: een in Nederland gevestigde arts, die als arts is ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;

    10. aspirant: degene die door het bevoegd gezag is aangesteld als aspirant en die is toegelaten tot een krachtens artikel 2c, eerste lid, aangewezen politieopleiding;

    11. beroepsgerelateerd: in verband met werkzaamheden die behoren tot de functie van de ambtenaar of in het verlengde hiervan liggen en anderszins opgedragen werkzaamheden alsmede de omstandigheden waaronder deze werkzaamheden zijn verricht, waarbij er geen verband wordt aangenomen indien:

      1. er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de ambtenaar,

      2. de omstandigheden uitsluitend bestaan uit arbeidsconflicten of pestgedrag;

    12. beroepsgerelateerde gezondheidsklachten: lichamelijke of psychische klachten die beroepsgerelateerd zijn;

    13. beroepspraktijkvorming: de periode of perioden waarin de aspirant, de vrijwilliger-aspirant, de ambtenaar in opleiding of de vrijwillige ambtenaar in opleiding de politietaak bij een regionale eenheid of een landelijke eenheid uitvoert in het kader van een krachtens artikel 2c, eerste onderscheidenlijk tweede lid, aangewezen politieopleiding;

    14. bevoegd gezag:

      1. Onze Minister voor zover het betreft de korpschef, de directeur van de Politieacademie en zijn plaatsvervanger;

      2. de korpschef, voor zover het betreft de aspirant, de ambtenaar in opleiding, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie en de vrijwillige ambtenaar;

      3. het College van procureurs-generaal, voor zover het betreft de ambtenaar van de rijksrecherche;

    15. bezoldiging: bezoldiging als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bezoldiging politie;

    16. consignatie: het zich in opdracht van het daartoe bevoegde gezag bereikbaar en beschikbaar houden teneinde bij oproep dienst te gaan verrichten;

    17. deelbetrekking: een betrekking die een arbeidstijd van gemiddeld minder dan 36 uur per week omvat;

    18. deskundige persoon: een deskundige persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b of c, van die wet;

    19. detachering: tijdelijke tewerkstelling elders buiten het gezagsbereik van het bevoegd gezag;

    20. functie: het samenstel van door de ambtenaar te verrichten opgedragen werkzaamheden, zoals vastgelegd in het LFNP;

    21. gewezen ambtenaar: een ambtenaar aan wie ontslag is verleend, met ingang van de dag waarop het ontslag is ingetreden;

    22. hoofdplaats van tewerkstelling: de plaats van tewerkstelling, bedoeld in artikel 10, tweede lid;

    23. in enige mate: 1% of meer;

    24. in overwegende mate: 51% of meer;

    25. levensfase-uren: verlofuren die op grond van hoofdstuk V.A. worden toegekend;

    26. LFNP: Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie: het door Onze Minister vastgestelde geheel van functiebeschrijvingen, onderverdeeld naar de domeinen leiding, uitvoering en ondersteuning, alsmede naar vakgebieden, inclusief de waardering, en de aan het gebouw verbonden en omschreven werkterreinen, aandachtsgebieden en specifieke functionaliteiten;

    27. medische eindsituatie: situatie waarvan op objectief medische wijze is vastgesteld dat er in de toekomst geen belangrijke verbetering of verslechtering in de medische toestand van de ambtenaar te verwachten is;

    28. OVW punten: Onvermijdelijk Verzwarende Werkomstandigheden punten, zoals deze met toepassing van het functiewaarderingssysteem op grond van artikel 6, tweede lid, van het Besluit bezoldiging politie, worden vastgesteld;

    29. passende arbeid: alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de ambtenaar is berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd;

    30. Pensioenreglement: het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;

    31. plaats van tewerkstelling:

      1. het gebouw, gebouwencomplex of terrein dat de ambtenaar voor de normale uitoefening van zijn ambt is aangewezen;

      2. de aangewezen aanlegplaats van het vaartuig dat de ambtenaar voor de normale uitoefening van zijn taak gebruikt of

      3. bij gebrek aan een aanwijzing, bedoeld in het eerste en tweede onderdeel, het gebouw, gebouwencomplex, of terrein, waar de ambtenaar gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht, het gebouwencomplex waar hij kantoor houdt, dan wel de aanlegplaats waar hij gewoonlijk het vaartuig aanlegt;

    32. salaris: salaris als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bezoldiging politie;

    33. specifieke functionaliteit: een verbijzondering van een vakgebied door – direct in operationeel verband toe te passen – vereiste expliciete specialistische inzet en inbreng door gebruikmaking van specifieke (hulp)middelen of geweldsmiddelen waarbij uitgesproken specialistische vaardigheden en deskundigheid aan de orde is;

    34. Stichting Pensioenfonds ABP: de Stichting Pensioenfonds ABP, genoemd in artikel 6 van de Wet privatisering ABP;

    35. theoretisch opleidingsdeel: de periode of perioden waarin de aspirant, de vrijwilliger-aspirant, de ambtenaar in opleiding of de vrijwillige ambtenaar in opleiding aan de Politieacademie in het kader van een krachtens artikel 2c, eerste onderscheidenlijk tweede lid, aangewezen politieopleiding onderwijs volgt;

    36. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

    37. vakantiewerker: degene die ten tijde van onderbreking van zijn opleiding wegens vakantie, voor een periode van ten hoogste acht weken is aangesteld voor het verrichten van ondersteunende werkzaamheden;

    38. vakgebied: een clustering van in essentie gelijkgerichte activiteiten, resultaten en beoogde effecten op basis van voor dat vakgebied geldende processen;

    39. volledige betrekking: een betrekking die een arbeidstijd van gemiddeld 36 uur per week omvat;

    40. vrijwillige ambtenaar: vrijwilliger-aspirant, vrijwillige ambtenaar in opleiding, vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie;

    41. vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak: de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Politiewet 2012, voor zover deze is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, met uitzondering van de vrijwilliger-aspirant gedurende het theoretische opleidingsdeel en de vrijwillige ambtenaar in opleiding gedurende het theoretisch opleidingsdeel;

    42. vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie: de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Politiewet 2012, voor zover deze is aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie;

    43. vrijwillige ambtenaar in opleiding: degene die door het bevoegd gezag is aangesteld als vrijwillige ambtenaar in opleiding en die is toegelaten tot een krachtens artikel 2c, tweede lid, aangewezen politieopleiding;

    44. vrijwilliger-aspirant: degene die door het bevoegd gezag is aangesteld als vrijwilliger-aspirant en die is toegelaten tot een krachtens artikel 2c, eerste lid, aangewezen politieopleiding;

    45. werkgebied:

      1. indien het betreft een ambtenaar die werkzaam is bij een regionale eenheid: het gebied of het door het bevoegd gezag aangewezen gedeelte daarvan dat de desbetreffende regionale eenheid bestrijkt;

      2. indien het betreft een ambtenaar die werkzaam is bij een landelijke eenheid of een ambtenaar van de rijksrecherche: Nederland dan wel het door het bevoegd gezag aangewezen gedeelte van Nederland waarin de plaats van tewerkstelling is gelegen, of

      3. indien het betreft een ambtenaar, werkzaam bij de Politieacademie of een ondersteunende dienst: het door het bevoegd gezag aangewezen gedeelte van Nederland waarin de plaats van tewerkstelling is gelegen;

    46. werkterrein: een verbijzondering van het vakgebied, waarvoor een specifieke inzet en inbreng geldt. Voor deze inzet kunnen nadere opleiding- en certificeringeisen worden gesteld;

    47. zijn arbeid: zijn arbeid als bedoeld in artikel 19 van de Ziektewet.

  2. Voor de toepassing van dit besluit wordt onder echtgenote of echtgenoot mede verstaan de geregistreerde partner alsmede de levenspartner met wie de niet-gehuwde ambtenaar samenwoont en – met het oogmerk duurzaam samen te leven – een gemeenschappelijke huishouding voert op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van die samenwoning en gemeenschappelijke huishouding. Onder weduwe of weduwnaar wordt mede begrepen de achtergebleven geregistreerde partner alsmede de achtergebleven partner. Tot gezinslid wordt in voorkomend geval mede gerekend de geregistreerde partner alsmede de levenspartner. Tegelijkertijd kan slechts een persoon als echtgenoot of echtgenote dan wel weduwe of weduwnaar worden aangemerkt. Het bevoegd gezag kan verlangen dat een schriftelijke verklaring van een notaris wordt overgelegd waaruit blijkt dat een samenlevingscontract als bedoeld in de eerste volzin is gesloten.

18-04-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-11-2025 Historisch 23-09-2025 Historisch 13-05-2025 Historisch 01-04-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 14-11-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 22-06-2024 Historisch 11-05-2024 Historisch 20-01-2024 Historisch 01-01-2023 Historisch 15-09-2022 Historisch 02-08-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-04-2022 Historisch 26-03-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-12-2021 Historisch 09-03-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 23-12-2020 Historisch 05-09-2020 Historisch 01-09-2020 Historisch 13-03-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-09-2020

Tekst van deze versie

  1. In dit besluit wordt verstaan onder:

    1. avervallen;aandachtsgebied: een verbijzondering van een werkterrein, dat wordt gekenmerkt door een grote verscheidenheid aan onderwerpen, waarvoor een specifieke inzet en inbreng geldt. Voor deze inzet kunnen nadere opleiding- en certificeringeisen worden gesteld;
    2. baspirant:ambtenaar: degenede dieaspirant, doorde hetambtenaar bevoegdin gezagopleiding, isde ambtenaar, aangesteld alsvoor aspirantde uitvoering van de politietaak, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en dieandere istaken toegelatenten totdienste eenvan krachtensde artikelpolitie, 2c,de eerstevrijwillige lid,ambtenaar, aangewezende politieopleiding;ambtenaar van de rijksrecherche en de vakantiewerker;
    3. cambtenaarambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak: de ambtenaar, bedoeld in opleiding:artikel degene2, dieonderdeel doora, van de Politiewet 2012, met uitzondering van de aspirant gedurende het bevoegdtheoretische gezagopleidingsdeel isen aangesteld alsde ambtenaar in opleiding engedurende diehet istheoretisch toegelatenopleidingsdeel, totwaarbij eenvoor krachtensde toepassing van dit besluit de ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, gelijk wordt gesteld aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 2c,2, tweedeonderdeel lid,a, aangewezenvan politieopleiding;de Politiewet 2012;
    4. dambtenaar,ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politietaak:politie: de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, onderdeel a,b, van de Politiewet 2012, met uitzondering van de aspirant gedurende het theoretische opleidingsdeel en de ambtenaar in opleiding gedurende het theoretisch opleidingsdeel, waarbij voor de toepassing van dit besluit de directeur van de Politieacademie, zijn plaatsvervanger en de ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politietaak,rijksrecherche, gelijk wordtworden gesteld aan deambtenaren ambtenaar,van politie als bedoeld in artikel 2, onderdeel a,b, van de Politiewet 2012;
    5. eambtenaar,ambtenaar in opleiding: degene die door het bevoegd gezag is aangesteld voorals deambtenaar uitvoeringin van technische, administratieveopleiding en anderedie takenis tentoegelaten dienstetot vaneen de politie: de ambtenaar, bedoeld inkrachtens artikel 2,2c, onderdeeltweede b,lid, vanaangewezen de Politiewet 2012, waarbij voor de toepassing van dit besluit de directeur van de Politieacademie, zijn plaatsvervanger en de ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de rijksrecherche, worden gelijkgesteld met ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Politiewet 2012;politieopleiding;
    6. fambtenaarambtenaar van de rijksrecherche: de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van de Politiewet 2012;
    7. gvakantiewerker:AOW-gerechtigde degeneleeftijd: diede tenleeftijd tijdewaarop recht op ouderdomspensioen ontstaat, bedoeld in artikel 7a van onderbrekingde vanAlgemene zijn opleiding wegens vakantie, voor een periode van ten hoogste acht weken is aangesteld voor het verrichten van ondersteunende werkzaamheden;Ouderdomswet;
    8. hAOW-gerechtigdearbodienst: leeftijd:arbodienst de leeftijd,als bedoeld in artikel 7a1 van de Algemene Ouderdomswet, waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat;Arbeidsomstandighedenwet;
    9. iambtenaar:arts: de aspirant, de ambtenaareen in opleiding,Nederland degevestigde ambtenaar,arts, aangestelddie voorals dearts uitvoeringis ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 3 van de politietaak,Wet op de ambtenaar,beroepen aangesteld voorin de uitvoeringindividuele van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, de vrijwillige ambtenaar, de ambtenaar van de rijksrecherche en de vakantiewerker;gezondheidszorg;
    10. jvolledigeaspirant: betrekking:degene die door het bevoegd gezag is aangesteld als aspirant en die is toegelaten tot een betrekkingkrachtens dieartikel een2c, arbeidstijdeerste vanlid, gemiddeldaangewezen 36 uur per week omvat;politieopleiding;
    11. kdeelbetrekking:beroepsgerelateerd: eenin betrekkingverband met werkzaamheden die eenbehoren arbeidstijdtot de functie van gemiddeldde minderambtenaar danof 36in uurhet perverlengde weekhiervan omvat;liggen en anderszins opgedragen werkzaamheden alsmede de omstandigheden waaronder deze werkzaamheden zijn verricht, waarbij er geen verband wordt aangenomen indien:

      1. lbevoegder gezag:sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de ambtenaar,
      2. de omstandigheden uitsluitend bestaan uit arbeidsconflicten of pestgedrag;
    12. beroepsgerelateerde gezondheidsklachten: lichamelijke of psychische klachten die beroepsgerelateerd zijn;
    13. beroepspraktijkvorming: de periode of perioden waarin de aspirant, de vrijwilliger-aspirant, de ambtenaar in opleiding of de vrijwillige ambtenaar in opleiding de politietaak bij een regionale eenheid of een landelijke eenheid uitvoert in het kader van een krachtens artikel 2c, eerste onderscheidenlijk tweede lid, aangewezen politieopleiding;
    14. bevoegd gezag:

      1. Onze Minister voor zover het betreft de korpschef, de directeur van de Politieacademie en zijn plaatsvervanger;

      2. de korpschef, voor zover het betreft de aspirant, de ambtenaar in opleiding, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie en de vrijwillige ambtenaar;

      3. het College van procureurs-generaal, voor zover het betreft de ambtenaar van de rijksrecherche;

    15. msalaris:bezoldiging: hetgeenbezoldiging daaronderals bedoeld in artikel 1 van het Besluit bezoldiging politie wordt verstaan;politie;
    16. nbezoldiging:consignatie: hetgeenhet daaronderzich in opdracht van het Besluitdaartoe bezoldigingbevoegde politiegezag wordtbereikbaar verstaan;en beschikbaar houden teneinde bij oproep dienst te gaan verrichten;
    17. odetachering:deelbetrekking: tijdelijkeeen tewerkstellingbetrekking eldersdie buiteneen het gezagsbereikarbeidstijd van hetgemiddeld bevoegdminder gezag;dan 36 uur per week omvat;
    18. parbodienst:deskundige persoon: een arbodienstdeskundige persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet;Arbeidsomstandighedenwet die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b of c, van die wet;
    19. qdeskundigedetachering: persoon:tijdelijke eentewerkstelling deskundigeelders persoonbuiten alshet bedoeld in artikel 14, eerste lid,gezagsbereik van dehet Arbeidsomstandighedenwetbevoegd die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b of c, van die wet;gezag;
    20. rUitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen:functie: het Uitvoeringsinstituutsamenstel werknemersverzekeringen,van bedoelddoor de ambtenaar te verrichten opgedragen werkzaamheden, zoals vastgelegd in hoofdstukhet 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;LFNP;
    21. szijngewezen arbeid:ambtenaar: hetgeeneen daaronderambtenaar wordtaan verstaanwie ingevolgeontslag artikelis 19verleend, met ingang van de Ziektewet;dag waarop het ontslag is ingetreden;
    22. tarts:hoofdplaats eenvan intewerkstelling: Nederlandde gevestigdeplaats arts,van die als arts is ingeschreven in het register alstewerkstelling, bedoeld in artikel 310, vantweede de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;lid;
    23. upassendein arbeid:enige allemate: arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de ambtenaar is berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke1% of sociale aard niet van hem kan worden gevergd;meer;
    24. vplaatsin vanoverwegende tewerkstelling:mate: 51% of meer;
    25. levensfase-uren: verlofuren die op grond van hoofdstuk V.A. worden toegekend;
    26. LFNP: Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie: het door Onze Minister vastgestelde geheel van functiebeschrijvingen, onderverdeeld naar de domeinen leiding, uitvoering en ondersteuning, alsmede naar vakgebieden, inclusief de waardering, en de aan het gebouw verbonden en omschreven werkterreinen, aandachtsgebieden en specifieke functionaliteiten;
    27. medische eindsituatie: situatie waarvan op objectief medische wijze is vastgesteld dat er in de toekomst geen belangrijke verbetering of verslechtering in de medische toestand van de ambtenaar te verwachten is;
    28. OVW punten: Onvermijdelijk Verzwarende Werkomstandigheden punten, zoals deze met toepassing van het functiewaarderingssysteem op grond van artikel 6, tweede lid, van het Besluit bezoldiging politie, worden vastgesteld;
    29. passende arbeid: alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de ambtenaar is berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd;
    30. Pensioenreglement: het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;
    31. plaats van tewerkstelling:

      1. het gebouw, gebouwencomplex of terrein dat de ambtenaar voor de normale uitoefening van zijn ambt is aangewezen;

      2. de aangewezen aanlegplaats van het vaartuig dat de ambtenaar voor de normale uitoefening van zijn taak gebruikt of

      3. bij gebrek aan een aanwijzing, bedoeld in het eerste en tweede onderdeel, het gebouw, gebouwencomplex, of terrein, waar de ambtenaar gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht, het gebouwencomplex waar hij kantoor houdt, dan wel de aanlegplaats waar hij gewoonlijk het vaartuig aanlegt;

    32. whoofdplaatssalaris: vansalaris tewerkstelling: de plaats van tewerkstelling,als bedoeld in artikel 10,1 tweedevan lid;het Besluit bezoldiging politie;
    33. xwerkgebied:specifieke functionaliteit: een verbijzondering van een vakgebied door – direct in operationeel verband toe te passen – vereiste expliciete specialistische inzet en inbreng door gebruikmaking van specifieke (hulp)middelen of geweldsmiddelen waarbij uitgesproken specialistische vaardigheden en deskundigheid aan de orde is;
    34. indienStichting hetPensioenfonds betreft een ambtenaar die werkzaam is bij een regionale eenheid : het gebied of het door het bevoegd gezag aangewezen gedeelte daarvan datABP: de desbetreffendeStichting regionalePensioenfonds eenheidABP, bestrijkt;genoemd in artikel 6 van de Wet privatisering ABP;
    35. theoretisch opleidingsdeel: de periode of perioden waarin de aspirant, de vrijwilliger-aspirant, de ambtenaar in opleiding of de vrijwillige ambtenaar in opleiding aan de Politieacademie in het kader van een krachtens artikel 2c, eerste onderscheidenlijk tweede lid, aangewezen politieopleiding onderwijs volgt;
    36. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
    37. vakantiewerker: degene die ten tijde van onderbreking van zijn opleiding wegens vakantie, voor een periode van ten hoogste acht weken is aangesteld voor het verrichten van ondersteunende werkzaamheden;
    38. vakgebied: een clustering van in essentie gelijkgerichte activiteiten, resultaten en beoogde effecten op basis van voor dat vakgebied geldende processen;
    39. volledige betrekking: een betrekking die een arbeidstijd van gemiddeld 36 uur per week omvat;
    40. vrijwillige ambtenaar: vrijwilliger-aspirant, vrijwillige ambtenaar in opleiding, vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie;
    41. vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak: de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Politiewet 2012, voor zover deze is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, met uitzondering van de vrijwilliger-aspirant gedurende het theoretische opleidingsdeel en de vrijwillige ambtenaar in opleiding gedurende het theoretisch opleidingsdeel;
    42. vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie: de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Politiewet 2012, voor zover deze is aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie;
    43. vrijwillige ambtenaar in opleiding: degene die door het bevoegd gezag is aangesteld als vrijwillige ambtenaar in opleiding en die is toegelaten tot een krachtens artikel 2c, tweede lid, aangewezen politieopleiding;
    44. vrijwilliger-aspirant: degene die door het bevoegd gezag is aangesteld als vrijwilliger-aspirant en die is toegelaten tot een krachtens artikel 2c, eerste lid, aangewezen politieopleiding;
    45. werkgebied:

      1. indien het betreft een ambtenaar die werkzaam is bij een regionale eenheid: het gebied of het door het bevoegd gezag aangewezen gedeelte daarvan dat de desbetreffende regionale eenheid bestrijkt;
      2. indien het betreft een ambtenaar die werkzaam is bij een landelijke eenheid of een ambtenaar van de rijksrecherche: Nederland dan wel het door het bevoegd gezag aangewezen gedeelte van Nederland waarin de plaats van tewerkstelling is gelegen, of

      3. indien het betreft een ambtenaar, werkzaam bij de Politieacademie of een ondersteunende dienst: het door het bevoegd gezag aangewezen gedeelte van Nederland waarin de plaats van tewerkstelling is gelegen;

    46. yberoepsziekte:werkterrein: een ziekte, welke in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aardverbijzondering van dehet aanvakgebied, dewaarvoor ambtenaareen opgedragenspecifieke werkzaamhedeninzet ofen ininbreng degeldt. bijzondere omstandigheden, waaronderVoor deze moesteninzet kunnen nadere opleiding- en certificeringeisen worden verricht, en die niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten;gesteld;
    47. zdienstongeval:zijn eenarbeid: ongeval,zijn welkarbeid als bedoeld in overwegendeartikel mate zijn oorzaak vindt in de aard19 van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en dat niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten;Ziektewet.
  2. Voor de toepassing van dit besluit wordt onder echtgenote of echtgenoot mede verstaan de geregistreerde partner alsmede de levenspartner met wie de niet-gehuwde ambtenaar samenwoont en – met het oogmerk duurzaam samen te leven – een gemeenschappelijke huishouding voert op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van die samenwoning en gemeenschappelijke huishouding. Onder weduwe of weduwnaar wordt mede begrepen de achtergebleven geregistreerde partner alsmede de achtergebleven partner. Tot gezinslid wordt in voorkomend geval mede gerekend de geregistreerde partner alsmede de levenspartner. Tegelijkertijd kan slechts een persoon als echtgenoot of echtgenote dan wel weduwe of weduwnaar worden aangemerkt. Het bevoegd gezag kan verlangen dat een schriftelijke verklaring van een notaris wordt overgelegd waaruit blijkt dat een samenlevingscontract als bedoeld in de eerste volzin is gesloten.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Besluit algemene rechtspositie politie