Auteurswet

Inhoud
Hoofdstuk I Algemeene bepalingen
Hoofdstuk Ia De exploitatieovereenkomst
Hoofdstuk II De uitoefening en de handhaving van het auteursrecht en bepalingen van strafrecht
Hoofdstuk III De duur van het auteursrecht
Hoofdstuk IV Bijzondere bepalingen betreffende het volgrecht
Hoofdstuk IVa Bijzondere bepalingen betreffende verruimde licenties
§ 1 Verruimde licenties met betrekking tot werken die niet in de handel verkrijgbaar zijn
§ 2 Verruimde licenties in het algemeen
Hoofdstuk V Bijzondere bepalingen betreffende filmwerken
Hoofdstuk VI Bijzondere bepalingen betreffende computerprogramma's
Hoofdstuk VII Bescherming van na het verstrijken van de beschermingsduur openbaar gemaakte werken
Hoofdstuk VIII Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 43g

HISTORISCH
  1. Dit hoofdstuk is van toepassing op makers van originelen van kunstwerken die:

    1. onderdaan zijn van één van de lidstaten van de Europese Unie en hun rechtverkrijgenden;

    2. onderdaan zijn van een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992 en hun rechtverkrijgenden; of

    3. hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben en hun rechtverkrijgenden.

  2. Dit hoofdstuk is voorts van toepassing op makers van originelen van kunstwerken en hun rechtverkrijgenden die onderdaan zijn van een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie of van een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992, in de mate waarin en de duur waarvoor die staat het volgrecht erkent ten behoeve van makers van originelen van kunstwerken uit de lidstaten van de Europese Unie en de staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992 en hun rechtverkrijgenden.

01-01-2026 Huidig 01-07-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-10-2022 Historisch 07-06-2022 Historisch 07-06-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2021.

Tekst van deze versie

  1. Dit hoofdstuk is van toepassing op makers van originelen van kunstwerken die:

    1. onderdaan zijn van één van de lidstaten van de Europese Unie en hun rechtverkrijgenden;

    2. onderdaan zijn van een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992 en hun rechtverkrijgenden; of

    3. hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben en hun rechtverkrijgenden.

  2. Dit hoofdstuk is voorts van toepassing op makers van originelen van kunstwerken en hun rechtverkrijgenden die onderdaan zijn van een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie of van een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992, in de mate waarin en de duur waarvoor die staat het volgrecht erkent ten behoeve van makers van originelen van kunstwerken uit de lidstaten van de Europese Unie en de staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992 en hun rechtverkrijgenden.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Auteurswet