Auteurswet

Inhoud
Hoofdstuk I Algemeene bepalingen
Hoofdstuk Ia De exploitatieovereenkomst
Hoofdstuk II De uitoefening en de handhaving van het auteursrecht en bepalingen van strafrecht
Hoofdstuk III De duur van het auteursrecht
Hoofdstuk IV Bijzondere bepalingen betreffende het volgrecht
Hoofdstuk IVa Bijzondere bepalingen betreffende verruimde licenties
§ 1 Verruimde licenties met betrekking tot werken die niet in de handel verkrijgbaar zijn
§ 2 Verruimde licenties in het algemeen
Hoofdstuk V Bijzondere bepalingen betreffende filmwerken
Hoofdstuk VI Bijzondere bepalingen betreffende computerprogramma's
Hoofdstuk VII Bescherming van na het verstrijken van de beschermingsduur openbaar gemaakte werken
Hoofdstuk VIII Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 25c

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-01-2026.
  1. De maker heeft recht op een in de overeenkomst te bepalen billijke vergoeding voor de verlening van exploitatiebevoegdheid. De vergoeding die tot stand komt na onderhandelingen tussen een vereniging van makers die blijkens haar statuten de belangen behartigt van makers die zelfstandigen zonder personeel zijn, en een exploitant of een vereniging van exploitanten, wordt vermoed billijk te zijn.

  2. Indien de maker exploitatiebevoegdheden heeft verleend ten aanzien van een exploitatie op een ten tijde van sluiting van de overeenkomst nog onbekende wijze en de wederpartij gaat hiertoe over, is hij de maker hiervoor een aanvullende billijke vergoeding verschuldigd. Is de bevoegdheid door de wederpartij van de maker overgedragen aan een derde die tot de bedoelde exploitatie overgaat, dan kan de maker de aanvullende billijke vergoeding van de derde vorderen.

01-01-2026 Huidig 01-07-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-10-2022 Historisch 07-06-2022 Historisch 07-06-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-07-2025

Tekst van deze versie

  1. De maker heeft recht op een in de overeenkomst te bepalen billijke vergoeding voor de verlening van exploitatiebevoegdheid. De vergoeding die tot stand komt na onderhandelingen tussen een vereniging van makers die blijkens haar statuten de belangen behartigt van makers die zelfstandigen zonder personeel zijn, en een exploitant of een vereniging van exploitanten, wordt vermoed billijk te zijn.
  2. Indien de maker exploitatiebevoegdheden heeft verleend ten aanzien van een exploitatie op een ten tijde van sluiting van de overeenkomst nog onbekende wijze en de wederpartij gaat hiertoe over, is hij de maker hiervoor een aanvullende billijke vergoeding verschuldigd. Is de bevoegdheid door de wederpartij van de maker overgedragen aan een derde die tot de bedoelde exploitatie overgaat, dan kan de maker de aanvullende billijke vergoeding van de derde vorderen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Auteurswet