Auteurswet

Inhoud
Hoofdstuk I Algemeene bepalingen
Hoofdstuk Ia De exploitatieovereenkomst
Hoofdstuk II De uitoefening en de handhaving van het auteursrecht en bepalingen van strafrecht
Hoofdstuk III De duur van het auteursrecht
Hoofdstuk IV Bijzondere bepalingen betreffende het volgrecht
Hoofdstuk IVa Bijzondere bepalingen betreffende verruimde licenties
§ 1 Verruimde licenties met betrekking tot werken die niet in de handel verkrijgbaar zijn
§ 2 Verruimde licenties in het algemeen
Hoofdstuk V Bijzondere bepalingen betreffende filmwerken
Hoofdstuk VI Bijzondere bepalingen betreffende computerprogramma's
Hoofdstuk VII Bescherming van na het verstrijken van de beschermingsduur openbaar gemaakte werken
Hoofdstuk VIII Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 15f

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-01-2026.
  1. De betaling van de in artikel 15c bedoelde vergoeding dient te geschieden aan een door Onze Minister van Justitie en Veiligheid in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan te wijzen naar hun oordeel representatieve rechtspersoon, die met uitsluiting van anderen belast is met de inning en de verdeling van deze vergoeding. In aangelegenheden betreffende de vaststelling van de hoogte van de vergoeding en de inning daarvan alsmede de uitoefening van het uitsluitende recht vertegenwoordigt de in de vorige zin bedoelde rechtspersoon de rechthebbenden in en buiten rechte.

  2. De rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, staat onder toezicht van het College van Toezicht, bedoeld in de Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten.

  3. De verdeling van de geïnde vergoedingen geschiedt overeenkomstig een reglement, dat is opgesteld door de rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, en dat is goedgekeurd door het College van Toezicht, bedoeld in de Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten.

01-01-2026 Huidig 01-07-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-10-2022 Historisch 07-06-2022 Historisch 07-06-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-07-2025.

Tekst van deze versie

  1. De betaling van de in artikel 15c bedoelde vergoeding dient te geschieden aan een door Onze Minister van Justitie en Veiligheid in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan te wijzen naar hun oordeel representatieve rechtspersoon, die met uitsluiting van anderen belast is met de inning en de verdeling van deze vergoeding. In aangelegenheden betreffende de vaststelling van de hoogte van de vergoeding en de inning daarvan alsmede de uitoefening van het uitsluitende recht vertegenwoordigt de in de vorige zin bedoelde rechtspersoon de rechthebbenden in en buiten rechte.

  2. De rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, staat onder toezicht van het College van Toezicht, bedoeld in de Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten.

  3. De verdeling van de geïnde vergoedingen geschiedt overeenkomstig een reglement, dat is opgesteld door de rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, en dat is goedgekeurd door het College van Toezicht, bedoeld in de Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Auteurswet