Bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 2:7, eerste lid, 4:3, tweede tot en met vierde lid, en 5:12, tweede lid, kan aan Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat tezamen of aan één van beiden de bevoegdheid worden toegekend omtrent het verlenen van vrijstellingen en ontheffingen.
Arbeidstijdenwet Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 14-03-2026.
Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Toepassingsgebied
§ 2.1 Gehele of gedeeltelijke uitsluiting van de toepasselijkheid
§ 2.2 Uitbreiding van de toepasselijkheid
§ 2.3 Bijzondere voorschriften voor vliegend, varend en rijdend personeel
Hoofdstuk 3 Het verbod van kinderarbeid
Hoofdstuk 4 Algemene verplichtingen
§ 4.1 Algemeen
§ 4.2 Jeugdige werknemers
§ 4.3 Vrouwelijke werknemers
§ 4.4 Gezondheidsproblemen in relatie met het verrichten van nachtdiensten
Hoofdstuk 5 Arbeids- en rusttijden
§ 5.1 Algemene bepalingen
§ 5.2 Arbeids- en rusttijden
§ 5.3 Bijzondere voorschriften
§ 5.4 Vrijstelling en ontheffing
§ 5.5 Samenloop
Hoofdstuk 6 Medezeggenschapsaspecten
Hoofdstuk 7 Overige bestuursrechtelijke aspecten
Hoofdstuk 8 Toezicht
Hoofdstuk 9 Zelfstandige bestuursorganen
Hoofdstuk 10 Bestuursrechtelijke handhaving
§ 10.1 Overtredingen
§ 10.2 Het boeterapport
§ 10.3 Oplegging van de boete
§ 10.4 Inlichtingenplicht en terugbetaling
§ 10.5 Terugbetaling
§ 10.6 Bijzondere voorschriften voor bestuurders van motorrijtuigen zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland
Hoofdstuk 11 Strafbaarstelling en daarmee samenhangende bepalingen
Hoofdstuk 12 Slotbepalingen
Vrijstelling en ontheffing