1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent:

    1. de erkenning van de natuurlijke of rechtspersonen, bedoeld in artikel 9:1, eerste lid, de aanvraag van een erkenning, de voor een erkenning gestelde eisen, en de aan een erkenning te verbinden voorschriften en de intrekking of schorsing van een erkenning;

    2. de aanvraag en het gebruik van middelen ten behoeve van het installeren, onderzoeken of herstellen van een apparaat als bedoeld in artikel 9:1, eerste lid, alsmede van het vastleggen en doorgeven van de daarin opgeslagen gegevens;

    3. de aanvraag van een goedkeuring als bedoeld in artikel 9:1, derde lid.

  2. De voordracht van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid wordt Ons gedaan door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.