1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:

    1. de openbare orde;

    2. de openbare veiligheid;

    3. de volksgezondheid;

    4. de bescherming van het milieu.

  2. Een vergunning of ontheffing kan voorts worden geweigerd als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat ter verkrijging daarvan in de aanvraag onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt óf als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke situatie niet in overeenstemming zal zijn met hetgeen in de aanvraag is vermeld.

  3. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 3 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

  4. Een vergunning voor een evenement als bedoeld in artikel 2:25 kan worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 12 weken voor de beoogde datum is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.