1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast:

    • de toezichthouders die krachtens de Wet milieubeheer belast zijn met het toezicht op de naleving van voorschriften gegeven krachtens artikel 18.4 van die wet;

    • de toezichthouders die krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht belast zijn met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens die wet gegeven voorschriften;

    • de toezichthouders die krachtens de Wegenverkeerswet 1994 zijn aangewezen;

    • de ambtenaren die krachtens de artikelen 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordening zijn aangewezen;

    • de toezichthouders die krachtens artikel 41 van de Alcoholwet zijn aangewezen.

  2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.