Algemene plaatselijke verordening BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud

Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade

Artikel 2:29A

Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen

  1. De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of als er naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten.

  1. Onverminderd hetgeen in artikel 5:24 van de Algemene Wet bestuursrecht is bepaald omtrent de bekendmaking, wordt het bevel tot sluiting tevens bekend gemaakt door een schrijven, waaruit van dat bevel tot sluiting blijkt, aan te brengen op of nabij de toegang(en) van het gebouw of het erf.

  1. Een sluiting kan op aanvraag van belanghebbenden door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.

  1. Het is de rechthebbende op het gebouw en/of het erf, verboden om, nadat het bevel tot sluiting bekend is gemaakt op de in het tweede lid aangegeven wijze, daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven.

  1. Het is een ieder verboden om, nadat het bevel tot sluiting openbaar bekend gemaakt is op de in het tweede lid aangegeven wijze, in een bij dit bevel gesloten gebouw en/of erf als bezoeker te verblijven.

  1. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het onderwerp van de regeling van het eerste lid elders wordt voorzien in deze verordening of in artikel 13b van de Opiumwet.

Artikel 2:29B Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet

  1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit de woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijk hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.

  1. De burgemeester kan een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke:

    1. geluid- of geurhinder;

    1. hinder van dieren;

    1. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;

    1. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf;

    1. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf;

Artikel 2:38a

Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats

  1. Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op een openbare plaats een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of een andere vorm van beschutting als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden:

    a. tussen zonsondergang en zonsopgang in door het college aan te wijzen gebieden;

    b. in andere gevallen dan bedoeld onder a voor zover:

    1° sprake is van overlast of hinder voor de omgeving;

    2°. er gevaar is of dreigt voor de omgeving; of

    3°. het woon- of leefklimaat wordt aangetast.

  2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

  3. Het verbod geldt niet:

    a. voor vaartuigen en woonboten die een ligplaats innemen waar dit op grond van het omgevingsplan is toegestaan;

    b. voor woonwagens met een woonbestemming;

    c. op een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd;

    d. op kampeerplaatsen die op grond van artikel 4:15 zijn aangewezen.

Artikel 2:42a

Aanbieden en plaatsen van deelvoertuigen op of aan de weg of het openbaar water

  1. Burgemeester en wethouders kunnen wegen of weggedeelten, of gebieden aanwijzen waar:

    1. het verboden is om deelvoertuigen te plaatsen, en/of

    1. het verboden is om deelvoertuigen ter gebruik aan te bieden.

  2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels vaststellen ten aanzien van het aanbieden van deelvoertuigen als bedoeld in dit artikel.

Artikel 2:46a

Gevaarlijke honden op eigen terrein

  1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen als de burgemeester een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:46 en heeft meegedeeld dat hij de hond gevaarlijk acht, dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk

  1. Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet als:

    1. op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht; en

    1. het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden; en

    1. het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening