1. Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken:
a. op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of gebieden;
b. gedurende andere dan door het college vastgestelde tijden.
2. Met het oog op de naleving van het verbod kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.
3. Met het oog op de belangen die genoemd zijn in artikel 3.13, lid 2, kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de wegen en gedurende de tijden bedoeld in lid 1 het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.
4. De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3.13, lid 2, genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een bevel is gegeven zoals bedoeld in lid 3 hij besluit verbieden zich gedurende een bepaalde termijn, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en op de tijden bedoeld in lid 1.
5. De burgemeester beperkt het verbod dat genoemd is in lid 4 indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.
6. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod zoals bedoeld in lid 4.