1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

  2. Het bestuursorgaan kan de beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen.

  3. In afwijking van het eerste en tweede lid geldt voor een beslissing op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 en 3:3 de in de artikelen 2:25a en 3:3 genoemde termijnen.

  4. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.