Het is verboden:
een openbare plaats, de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik:
schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of
niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
kabels of snoeren ten behoeve van het laden van elektrische motorvoertuigen, dan wel daartoe bestemde kabelgoten, beschermmatten, of overige toebehoren op, over of boven een openbare plaats, de weg of een weggedeelte te leggen of te houden, tenzij deze kabels of snoeren zich bevinden op of over het weggedeelte waarop het motorvoertuig staat geparkeerd en de verbinding leggen tussen dit voertuig en bij dat weggedeelte behorende laadpaal.
Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1,50 strekkende meter wordt gelaten op voetpaden en van 3,50 strekkende meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.
Het is verboden containers, reclameborden en/of spandoeken te plaatsen zonder voorafgaande melding aan het college.
Het bedrijf, de persoon en/of organisatie doet de melding als bedoeld in het derde lid, ten minste vijftien werkdagen voorafgaand aan de aanvang van de plaatsingsperiode onder vermelding van de volgende gegevens:
naam en adres van het bedrijf, de persoon en/of de organisator;
het aantal containers of de soort reclame-uiting;
de plaatsingsperiode;
de locatie(s).
Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze van bekendmaking.
Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden.
Het college kan ontheffing verlenen van het verboden, bedoeld in het eerst lid.
Het verbod is niet van toepassing op:
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18; en
overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.
Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Op de ontheffing bedoeld in het zevende lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Algemene plaatselijke Verordening gemeente Someren 2018 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestreden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen tegen overlast, gevaar of schade
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:48a
- Artikel 2:48b
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:59a
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk en carbid schieten
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen
Afdeling
Artikel 2:11
(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
Artikel 2:11a
Geveltuinen
In deze afdeling wordt onder de volgende definities het volgende verstaan:
Geveltuin: een door de bewoner of bewoners van een woning onderhouden strook openbare ruimte die met planten is begroeid en rechtstreeks is gelegen tegen een deel dan wel de volledige breedte van de voor- of zijgevel van die woning.
Openbare ruimte: gronden waaraan in het omgevingsplan de bestemmingen ‘Verkeer- Verblijfsgebied’ of ‘Groen’ zijn toegekend of een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld onder c;
Openbare weg: de weg als bedoeld in Artikel 4 van de Wegenwet.
Huisaansluitingen: aansluitingen ten behoeve van gas, water en elektriciteitsvoorzieningen alsook aansluitingen ten behoeve van telefoon, kabel en internet.
Opsluiting: trottoirbanden, opsluitbanden of rollagen die voorkomen dat de verhardingsmaterialen verschuiven of verzakken;
Klic: Kabels en Leidingen Informatie Centrum.
De aanleg van een geveltuin is uitsluitend toegestaan op plaatsen waar de minimale breedte van het trottoir van 1,5 meter gegarandeerd kan blijven. Deze breedte is exclusief opsluiting. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van bomen, lichtmasten en ander straatmeubilair.
Het is toegestaan om openbare ruimte te gebruiken voor het aanleggen van een geveltuin indien aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan en deze in acht worden genomen:
Dit is toegestaan op grond van het omgevingsplan;
De eigenaar van de huurwoning of de woning moet akkoord zijn met de aanleg van de geveltuin. Er dient een schriftelijke akkoordverklaring overgelegd te kunnen worden.
De maximale afmeting van een geveltuin, gemeten loodrecht vanaf de woninggevel is 45 centimeter. Elementverhardingen met een lengte of breedte van meer dan 45 cm mogen niet verwijderd worden.
De geveltuin mag niet breder zijn dan de lengte van de gevel van de woning waartegen deze wordt aangelegd.
Voor de aanleg van een geveltuintje dient er een klic-melding gedaan te worden om te controleren of er kabels en leidingen in de grond liggen.
De grondbewerking of gronduitwisseling dient handmatig uitgevoerd te worden. Dit ter voorkoming van schade aan kabels en leidingen.
In verband met mogelijke aanwezigheid van kabels en leidingen bedraagt de maximale diepte van grondbewerking maximaal 40 cm. Op plaatsen waar de diepte van kabels en leidingen minder dan 40 centimeter is, is de bovenzijde van de kabel bepalend voor de maximale diepte van de grondbewerking.
De ten behoeve van de geveltuin, in afwijking van het bestemmingsplan in gebruik genomen strook grond:
blijft eigendom van de gemeente en blijft behoren tot het openbaar gebied;
op eigendom van een ander dan de gemeente, blijft behoren tot het openbaar gebied.
Hekwerken, afrasteringen en (reclame)borden zijn (bij de aanleg van) geveltuinen niet toegestaan.
Verkeersborden, openbare verlichting, straatnaamborden, huisnummeraanduidingen en verwijzingen naar brandkranen en dergelijke tegen de gevel, moeten zichtbaar blijven.
In de geveltuin is uitsluitend beplanting toegestaan waarvan het risico op mogelijke schade aan kabels, leidingen, bestrating en gebouwen wordt voorkomen. Het planten van bomen en boomvormers is niet toegestaan.
De inrichting van geveltuin mag niet buiten het grondvlak van de geveltuin steken, zodat hinder, overlast en schade voorkomen worden. Hieronder wordt onder andere verstaan: het niet volledig kunnen gebruiken van het naastgelegen openbaar gebied en schade aan kleding en/of voorwerpen bij het passeren van de geveltuin.
De geveltuin moet steeds in een behoorlijke staat van onderhoud verkeren. De bewoner is verantwoordelijk voor het onderhoud van de geveltuin en komt volledig voor zijn/haar rekening.
In de geveltuin is het toepassen van chemische gewasbeschermings- en ongediertebestrijdingsmiddelen, evenals op het aangrenzende openbaar gebied, niet toegestaan
Bij verwaarlozing of verwijtbare schade heeft de gemeente het recht de geveltuin op kosten van de eigenaar/bewoner te verwijderen. Bij vaststelling van overtreding van de hierboven genoemde voorwaarden, krijgt de overtreder één week de tijd om de geveltuin aan te passen aan deze voorwaarden.
Bij verhuizing dient het geveltuintje verwijderd te worden of overgedragen te worden aan de volgende bewoners onder verwijzing naar voornoemde bepalingen. Er dient een melding gedaan te worden bij de gemeente van de verhuizing.
Het college kan besluiten dat een geveltuin verwijderd dient te worden indien deze ruimte bij het openbaar gebied betrokken wordt.
Bij beëindiging van het gebruik moet het trottoir in de oorspronkelijke staat van onderhoud worden opgeleverd. Dit dient te gebeuren in afstemming met de gemeente. Er kan geen aanspraak gemaakt worden op enigerlei schadevergoeding.
De gemeente heeft het recht de geveltuin op kosten van de (voormalige) eigenaar of bewoner te verwijderen indien blijkt dat de geveltuin niet conform de opgestelde afspraken is teruggebracht naar de oorspronkelijke staat.
Artikel 2:12
Maken, veranderen van een uitweg
Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg als:
daarvan niet van tevoren melding is gedaan aan het college, onder indiening van een situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie; of
het college het maken of veranderen van de uitweg heeft verboden.
Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg als:
de bruikbaarheid van de weg in gevaar wordt gebracht;
het veilig en doelmatig gebruik van de weg in gevaar wordt gebracht;
het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast;
er sprake is van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen; of
er wordt afgeweken van de verleende (bouw)vergunning of vigerend bestemmingsplan en/of beleid.
Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare orde en veiligheid nadere regels stellen ten aanzien van het maken en veranderen van een uitweg.
Beleid ten aanzien van inritten in de bebouwde omgeving (pdf)
De uitweg kan worden aangelegd indien het college niet binnen acht weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het provinciaal wegenreglement Noord-Brabant.
Artikel 2:13
(Vervallen)
Artikel 2:14
Winkelwagentjes
Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is verplicht deze:
te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en
terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf.
Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten.
Het in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet.
Artikel 2:15
Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
Het is verboden een voorwerp of beplanting zodanig aan te brengen of te hebben dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd.
Het is verboden een beplanting zodanig aan te brengen of te hebben dat deze een gemeentelijke lantaarnpaal overgroeit of lichtreductie veroorzaakt.
Het is verboden een voorwerp of beplanting zodanig aan te brengen of te hebben dat op enige andere wijze hinder of gevaar wordt veroorzaakt.
Artikel 2:18
Rookverbod in bossen en natuurterreinen
Het is verboden in bossen, op heide of veengronden of binnen een afstand van dertig meter daarvan:
te roken gedurende een door het college aangewezen periode;
voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.
Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.
Artikel 2:21
Voorzieningen voor verkeer en verlichting
De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.
Artikel 2:22
Objecten onder hoogspanningslijn
Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te hebben.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als de elektrische spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.
Het verbod is niet van toepassing op objecten die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:23
Veiligheid op het ijs
Het is verboden:
voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen;
bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a. bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale vaarwegenverordening.