1. Degene die zich met een paard op een openbare plaats begeeft, is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van dat paard onmiddellijk worden verwijderd:

    1. in openbaar gebied binnen de bebouwde kom en op de Badweg tot en met de strandovergang;

    2. op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede bestemd voor het verkeer van voetgangers of fietsers;

    3. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide;

    4. op een andere door het college aangewezen plaats.

  2. De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van het paard er zorg voor draagt, dat de uitwerpselen direct na het deponeren worden verwijderd.

  3. De eigenaar of houder van een paard of degene aan wiens zorg een paard kennelijk is toevertrouwd, is verplicht, indien hij zich in een aanspanning met een paard op de weg bevindt, het paard te hebben voorzien van een zak voor het opvangen en verzameld houden van de uitwerpselen van het paard of de uitwerpselen direct op te ruimen.