1. Het is verboden te roken op een openbare plaats die deel uitmaakt van:

    1. het terrein van een speeltuin, school, kinderboerderij of sportcomplex;

    2. een door het college aangewezen overheidsgebouw.

  2. Het is verboden te roken op een openbare plaats die op minder dan 10 meter afstand is gelegen van de toe- en uitgang van de in het eerste lid genoemde locaties.

  3. Deze verboden zijn niet van toepassing op gevallen waarin de Tabaks- en rookwarenwet voorziet.