-
In deze afdeling wordt verstaan onder:
houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen, een meidoorn- of mispelhaag;
hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;
boom: een houtachtig overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van minimaal 10 cm. op 1.30 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. In het kader van de herplant- of instandhoudingsplicht kunnen voorschriften gesteld en maatregelen genomen worden voor bomen (met een kleinere dwarsdoorsnede dan 10 cm) op 1,30 meter boven maaiveld;
dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand;
bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 4.1, onderdeel a, van de Wet natuurbescherming;
iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf.syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau);
iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soortenScolytus scolytus (F.) en Scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus.
-
In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, evenals het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING GEMEENTE RHENEN 2017 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 13-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
HOOFDSTUK ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK OPENBARE ORDE
AFDELING BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN
AFDELING BETOGING
AFDELING VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN
AFDELING VERTONINGEN E.D. OP DE WEG
AFDELING BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG
AFDELING VEILIGHEID OP DE WEG
AFDELING EVENEMENTEN
AFDELING TOEZICHT OP HORECABEDRIJVEN
AFDELING TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN NACHTVERBLIJF
AFDELING MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID
- Artikel 2:41
- Artikel 2.41a
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:51
- Artikel 2:51a
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
Hoofdstuk (Gereserveerd)
Hoofdstuk (Gereserveerd)
Hoofdstuk (Gereserveerd. Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op openbare inrichtingen) onder artikel 2:32)
HOOFDSTUK REGULERING PROSTITUTIE, SEKSBRANCHE EN AANVERWANTE ONDERWERPEN
HOOFDSTUK BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
HOOFDSTUK ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE
HOOFDSTUK STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
AFDELING
Artikel 4:11
Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
-
Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen.
-
Het verbod geldt niet voor:
wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voorzover bestaande uit niet-geknotte populieren of wilgen;
vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;
fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;
kweekgoed;
houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld, indien de doorsnede van de te vellen houtopstand een kleinere diameter heeft dan 40 centimeter;
houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die:
- ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;
- ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen;
houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4.12;
het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud;
solitaire bomen met een dwarsdoorsnede van de stam tot maximaal 30 cm op 1,30 meter boven maaiveld;
-
De uitzonderingen op de vergunningplicht zoals gesteld onder lid 2 van dit artikel zijn niet van toepassing op bomen die zijn geplant in het kader van een herplantplicht.
Artikel 4:11a
Aanvraag vergunning
De vergunning moet worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken.
Artikel 4:11b
Weigeringsgronden
De vergunning kan in elk geval worden geweigerd op grond van:
de natuurwaarde van de houtopstand;
de landschappelijke waarde van de houtopstand;
de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.
Artikel 4:11c
Vergunning ex lege
De vergunning wordt geacht te zijn verleend, wanneer niet binnen de in artikel 1.2 genoemde termijn een beslissing is genomen op de aanvraag voor een vergunning.
Artikel 4:11d
Bijzondere vergunningsvoorschriften
-
Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen moet worden herplant.
-
Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen.
-
Een vergunning wordt verleend onder de standaardvoorwaarde van feitelijk niet-gebruik tot het moment van definitief worden van de vergunning, oftewel tot het moment dat:
de bezwaar- of beroepstermijn voor derden is verstreken zonder dat bezwaar of beroep isingediend;
beslist is op een verzoek om een voorlopige voorziening;
beslist is op het beroep van derden en geen verzoek tot voorlopige voorziening is gedaan.
Artikel 4:11e
Herplant-/instandhoudingsplicht
-
Indien houtopstand zonder vergunning van het college is geveld dan wel op andere wijze tenietgegaan, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door hem te stellen termijn.
-
Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.
-
Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door hem te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.
-
Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en met derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.
Artikel 4:11f
Afstand van de erfgrenslijn
De afstand als bedoeld in artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en op nihil voor heggen en heesters.
Artikel 4:11g
Publicatie
Indien een omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden wordt verleend, wordt daarvan mededeling gedaan in de eerstvolgende uitgave van een lokaal dag- of nieuwsblad in en op de website van de gemeente Rhenen.
Artikel 4:11h
Schadevergoeding
Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende door de toepassing van artikel 4:11, artikel 4:11d of artikel 4:11e, schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te komen en waarvan de vergoeding niet anderszins is verzekerd, kent het college hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.
Artikel 4:12
Bestrijding iepenziekte
-
Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren voor verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn:
indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;
de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen;
of de niet-ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen.
-
Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan, met uitzondering van geheel ontschorst iepenhout en iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 cm, voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren.
-
Het college kan ontheffing verlenen van dit verbod. Indien het college van oordeel is dat er sprake is van een acuut gevaar van verspreiding van de iepziekte of de iepenspintkevers, dan kan door het college gevorderd worden dat de hiertoe in aanmerking komende iepen meteen gekapt worden, zonder dat er rekening gehouden wordt met de in de aanschrijving vastgestelde termijn.