1. De door het college aan openbare ruimten toegekende namen worden middels naamdragers (naamborden) zichtbaar en in voldoende aantallen ter plaatse aangebracht.

  2. Aan een adresseerbaar object dat een adres heeft gekregen, moet de nummeraanduiding op een doeltreffende wijze middels een nummerdrager (nummerbord) zijn aangebracht.

  3. Het is eenieder die daartoe niet bevoegd is verboden namen aan de openbare ruimte of delen daarvan, dan wel nummerborden aan adresseerbare objecten welke een adres heeft gekregen, toe te kennen door deze op zichtbare wijze aan te brengen.