Algemene plaatselijke verordening Putten 2019 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
HOOFDSTUK ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID, VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU
Afdeling 1 Voorkomen of bestrijden
Paragraaf
Paragraaf
Paragraaf
Afdeling 2 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van de weg
Afdeling 4 Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Afdeling 6 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Afdeling 7 Toezicht op speelgelegenheden
Paragraaf Afdeling 8 Maatregelen ter voorkoming van overlast , gevaar of schade
Afdeling 9 Bestrijding van heling van goederen
Paragraaf Afdeling 10 Consumentenvuurwerk en Carbid schieten
Afdeling 11 Drugsoverlast
Paragraaf Afdeling 12 Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
HOOFDSTUK SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.
HOOFDSTUK BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
HOOFDSTUK ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING VAN DE GEMEENTE
HOOFDSTUK STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden

Artikel 4:10

Definities

  1. In deze afdeling wordt verstaan onder:

    1. boom:

      een houtachtig, overblijvend gewas met een omtrek van de stam van minimaal 65 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste stam;

    2. houtopstand:

      een of meer bomen, hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen;

    3. hakhout:

      een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;

    4. knotten/kandelaberen:

      het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud;

    5. bebouwde kom Boswet:

      de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet, of vastgesteld ingevolge artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming;

    6. boomwaarde:

      de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen en houtige gewassen;

    7. beschermde houtopstand:

      houtopstand waarvoor ingevolge artikel 4:10a een vergunning vereist is;

    8. vergunning:

      een vergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder g, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

    9. iepziekte:

      de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocyctis ulmi (Buism.) C. Moreau);

    10. iepensprintkever:

      het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus;

    11. gebouw:

      een (nog te bouwen) gebouw, als bedoeld in de Woningwet, waarvoor voor wat betreft de activiteit bouwen een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend.

  1. In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben alsmede snoeien van andere dan probleemtakken.

Artikel 4:10a

Kapverbod

  1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag:

    1. buiten de bebouwde kom Wet Natuurbescherming houtopstand te vellen of te doen vellen;

    2. binnen de bebouwde kom Wet Natuurbescherming houtopstand te vellen of te doen vellen voor zover sprake is van houtopstand die door het college is aangewezen en als zodanig voorkomt op de bomenlijst, waarop houtopstanden genoemd staan die zodanig waardevol zijn dat daarvoor slechts vergunning kan worden verleend wegens zeer zwaarwegende belangen.

  1. De bomenlijst als bedoeld in het eerste lid omvat in ieder geval een voor een ieder goed herkenbare omschrijving van de boom, de standplaats en de reden van registratie van de boom.

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet natuurbescherming.

  3. Het in het eerste lid gesteld verbod geldt verder niet voor:

    1. Het in opdracht van de burgemeester, ter bescherming van openbare orde of veiligheid, direct vellen van een boom, indien sprake is van grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang.

    2. Houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving of last van het college.

    3. Het periodiek vellen van hakhout en knotten en kandelaberen van bomen, met uitzondering van de eerste keer, ter uitvoering van het reguliere onderhoud.

    4. Bomen buiten de bebouwde kom Wet Natuurbescherming die op minder dan 4 meter, gemeten vanaf de zijkant van de stam op 1,3 meter boven maaiveld, van een gebouw staan.

Artikel 4:10b

Aanvraag vergunning

De omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden moet worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken.

Artikel 4:11

Weigeringsgronden

De omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden kan in elk geval worden geweigerd op grond van:

  1. natuurwaarde van de houtopstand;

  2. de landschappelijke waarde van de houtopstand;

  3. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;

  4. de beeldbepalende waarde van de houtopstand;

  5. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;

  6. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.

Artikel 4:11a

Bijzondere vergunningsvoorschriften

  1. Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan het voorschrift behoren, dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant.

  2. Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen.

Artikel 4:12

Herplant-/instandhoudingsplicht

  1. Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het college is geveld dan wel op andere wijze tenietgegaan, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door zijn te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.

  2. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.

  3. Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.

  4. Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en met derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

Artikel 4:12a

Schadevergoeding

Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende door de toepassing van artikel 4:10a, artikel 4:11b of artikel 4:12, schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te komen en waarvan de vergoeding niet anderszins is verzekerd, kent het college hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.

Artikel 4:12b

Bestrijding iepziekte

  1. Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren voor verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van iepenspintkevers, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn;

    1. indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;

    2. de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen;

    3. of de niet-ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen.

  1. Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan, met uitzondering van geheel ontschorst iepenhout en iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 cm, voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren. Het college kan ontheffing verlenen van dit verbod.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Putten 2019