1. Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond:
a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of
b. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
3. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
4. Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is voorts verplicht om:
a. een doeltreffend hulpmiddel bij zich te hebben dat geschikt is voor het verwijderen van de uitwerpselen van die hond en
b. dit hulpmiddel op eerste vordering te laten zien aan een toezichthouder.
5. Het college kan de eisen vaststellen waaraan een doeltreffend hulpmiddel, zoals bedoeld in het vierde lid, voldoet.
6. Dat een stevig zakje (van plastic of van papier), een schepje of een hondenpoepgrijper als een doeltreffend hulpmiddel, zoals bedoeld in artikel 2:58, vierde lid, van de Algemene plaatselijke verordening, wordt beschouwd.