1. Het is de houder van een horecabedrijf verboden dit voor het publiek geopend te hebben of daarin een of meer bezoekers toe te laten of te laten verblijven op zondag tot en met donderdag tussen 01:00 uur en 08:00 uur en op vrijdag en zaterdag tussen 02:00 uur en 08:00 uur (dagen voorafgaand aan een nationale feestdag of zijnde een nationale feestdag).

  2. De burgemeester kan voor een afzonderlijk horecabedrijf of een daartoe behorend terras door middel van een vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen.

  3. De burgemeester kan voor horecabedrijven die beschikken over een exploitatievergunning, of een aparte ontheffing door middel van het verbinden van een voorschrift aan deze vergunning ontheffing verlenen van het in het eerste lid vermelde verbod. In de exploitatievergunning wordt het tijdstip vermeld waarop in afwijking van het eerste lid het verbod intreedt om in het horecabedrijf een of meer bezoekers toe te laten of te laten verblijven, met dien verstande dat dit tijdstip niet later mag liggen dan 03:00 uur.

  4. De burgemeester verbindt – behoudens indien naar zijn oordeel bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven - aan de ontheffing het voorschrift de houder van een horecabedrijf verboden is bezoekers tot dat bedrijf toe te laten vanaf twee uur voorafgaand aan het in het derde lid, tweede volzin bedoelde tijdstip.

  5. Het bepaalde in het derde lid is niet van toepassing op horecabedrijven waarin bedrijfsmatig etenswaren of alcoholvrije dranken mede voor gebruik ter plaatse worden verstrekt.

  6. Het in de voorgaande leden bepaalde geldt niet voor zover voorschriften bij of krachtens de Wet milieubeheer van toepassing zijn.

  7. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.