1. Para commerciële instellingen verstrekken geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de rechtspersoon betrokken zijn, wanneer dit leidt tot oneerlijke mededinging;

  2. de in het eerste lid genoemde bijeenkomsten worden aangeduid als oneigenlijke instellingsactiviteit;

  3. De burgemeester beperkt de oneigenlijke instellingsactiviteiten, waarbij alcohol kan worden geschonken, jaarlijks tot:

    1. 12 bijeenkomsten van persoonlijke aard;

    2. 12 bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon zijn betrokken;

  4. In afwijking van het bepaalde in het derde lid kan de burgemeester de oneigenlijke instellingsactiviteiten bij sociaal-culturele instellingen, waarbij alcoholhoudende drank wordt verstrekt, jaarlijks bepalen op 24 bijeenkomsten die zijn gericht op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon zijn betrokken.

  5. De burgemeester is bevoegd op aanvraag ontheffing te verlenen van het in lid 3 en 4 genoemde aantal oneigenlijke activiteiten.