1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.

  2. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.

  3. Het verbod is eveneens niet van toepassing op het aanleggen van een geveltuin, een strook met planten of bloemen langs de gevel van een woning, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

    1. De geveltuin sluit aan bij de voorgevel van een gebouw en heeft een maximale breedte van 60 centimeter, gemeten vanaf de gevel;

    2. Er wordt niet dieper gegraven dan 45 centimeter;

    3. Er blijft minimaal 1,20 meter vrije doorgang op het trottoir over;

    4. Er worden geen hekwerken, muurtjes of andere afscheidingen rondom de geveltuin geplaatst;

    5. De beplanting mag de doorgang op het trottoir en het zicht op verkeersborden niet belemmeren en ook geen schade aan het trottoir veroorzaken.

  4. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet of de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren 2024.