1. De vergunning als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid wordt aangevraagd door middel van een door de burgemeester vast te stellen aanvraagformulier.

  2. Bij de aanvraag worden in ieder geval de volgende stukken en/of gegevens overgelegd:

    1. een geldig legitimatiebewijs van de aanvrager en alle leidinggevenden binnen de inrichting die in loondienst zijn;

    2. een uittreksel uit het handels-, verenigingen- of stichtingenregister, dat maximaal 3 maanden vóór het indienen van de aanvraag is afgegeven;

    3. een plattegrond van de inrichting op schaal van 1:100;

    4. een volledig ingevuld vragenformulier met de daarbij behorende bijlagen en bescheiden op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (wet Bibob);

    5. een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) van de exploitant en de leidinggevende(n), die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de aanvraag wordt ingediend is afgegeven;

    6. (een) geldige arbeidsovereenkomst(en) die door de exploitant zijn gesloten met (de) leidinggevende(n).

  3. De aanvraag wordt uiterlijk 8 weken voor de start of wijziging van de exploitatie van het horecabedrijf ingediend.

  4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6, wordt de vergunning als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid gewijzigd ingeval:

    1. de rechtsvorm van de onderneming is gewijzigd;

    2. de activiteiten die binnen de inrichting worden uitgeoefend zijn gewijzigd;

    3. de inrichting in bouwkundig en/of functioneel opzicht wordt gewijzigd en/of uitgebreid;

    4. een wijziging in de perso(o)n(en) van leidinggevende(n) is opgetreden.

  5. De exploitant van de inrichting stelt de burgemeester voorafgaand aan het intreden van één of meerdere van de in het vierde lid, onder a tot en met d genoemde wijzigingen, daarvan in kennis. Daarbij maakt hij gebruik van het aanvraagformulier als bedoeld in artikel 2:28a, eerste lid.

  6. Bij het in kennis stellen van de in lid 4 genoemde wijzigingen, zijn de leden 2 en 3 van overeenkomstige toepassing.

  7. Ingeval de wijziging van de exploitatie van het horecabedrijf uitsluitend ziet op het bepaalde in het vierde lid onder d, wordt de burgemeester uiterlijk binnen één week na de feitelijke beëindiging van de taak van de leidinggevende hiervan in kennis gesteld.