Deze afdeling verstaat onder:

  • Afzetten: het kappen van een houtopstand als onderhoudsmaatregel, zodat de boom op de stronk opnieuw kan uitlopen;

  • Boom: een houtachtig, overblijvend gewas, zowel levend als afgestorven;

  • Dbh (diameter borsthoogte): doorsnede van de stam van een boom gemeten op 1,3 meter boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste stam;

  • Dunnen: hetgeen daaronder in artikel art.1.1 Wet natuurbescherming daaronder wordt verstaan;

  • Erf: hetgeen daaronder in artikel art.1, eerste lid, bijlage II, Besluit omgevingsrecht, daaronder wordt verstaan;

  • Houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;

  • Hakhout: één of meer bomen, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;

  • Houtwal/singel: lijnvormig element van bomen, hakhout en/of struiken, voor de instandhouding waarvan periodiek onderhoud noodzakelijk is;

  • Kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de houtopstand;

  • Rooien: het verwijderen van een houtopstand inclusief het wortelgestel;

  • Vellen: het kappen, rooien, verplanten, of het verrichten van handelingen die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand tot gevolg kan hebben. Voorbeelden daarvan zijn het snoeien van meer dan 20% van de kroon (kandelaberen) of het wortelgestel van een boom.