1. In dit artikel wordt verstaan onder:

    1. bevoegd bestuursorgaan: het college van burgemeester en wethouders of, voorzover het openbare vermakelijkheden als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet betreft, de burgemeester;

    2. bus: een (originele)(melk)bus van staal/ijzer, container, opslagvat, buis of ander daarmee gelijk te stellen voorwerp;

    3. carbidschieten: het in een bus op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen.

  2. Carbidschieten in de open lucht is verboden.

  3. Het verbod gesteld in het tweede lid geldt niet als:

    1. carbidschieten plaatsvindt op 31 december tussen 10.00 uur en 24.00 uur en op 1 januari tussen 00.00 en 02.00 uur, als daarbij gebruik wordt gemaakt van bussen met een maximale inhoud van 1 liter en mits daarbij geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaar, schade of hinder kan optreden voor personen of voor de omgeving;

    2. carbidschieten plaatsvindt op 31 december tussen 10.00 uur en 24.00 uur en op 1 januari tussen 00.00 en 02.00 uur buiten de bebouwde kom waarbij gebruik wordt gemaakt van melkbussen en/of dergelijke voorwerpen met een maximale omvang van 50 liter, met gebruikmaking van acetyleengas afkomstig van reactie tussen calciumcarbid (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen, mits daarbij geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaar, schade of hinder kan optreden voor personen of voor de omgeving;

    3. er een schriftelijke toestemming is van de eigenaar van het terrein van waaraf geschoten wordt;

    4. de plaats vanwaar geschoten wordt is gelegen op een afstand van:

      • ten minste 75 meter van woonbebouwing en;

      • ten minste 300 meter van inrichtingen voor de intramurale zorg en;

      • ten minste 300 meter van in gebruik zijnde voorzieningen voor het houden van dieren en;

      • ten minste 500 meter van een vogelbeschermingsgebied.

    5. wordt geschoten in een richting welke tegengesteld is aan de richting waarin de dichtstbijzijnde woonbebouwing is gelegen;

    6. het vrijschootsveld minimaal 75 meter is en hierin geen verharde openbare wegen of paden liggen;

    7. er geen busdeksels of soortgelijke gevaarlijke projectielen worden gebruikt om met behulp van carbid te worden weggeschoten;

    8. het gebruik van (voet)ballen of andere afsluitingen zodanig is dat deze geen schade aan mens, dier of goed kan worden veroorzaakt;

    9. het schietterrein wordt afgezet met linten of ander vergelijkbaar materiaal;

    10. binnen een cirkel met een straal van 100 meter rond de plaats waar het carbidschieten plaatsvindt in totaal niet meer dan tien bussen worden gebruikt dan wel gebruiksklaar aanwezig worden gehouden voor carbidschieten;

    11. de (melk)bussen/containers/opslagvaten zodanig stevig worden verankerd in de bodem of in een frame, of op andere wijze zodat terugslag kan worden voorkomen;

    12. er wordt geschoten door een persoon van 16 jaar of ouder, niet onder invloed van alcohol/drugs, onder toezicht van een of meerdere personen van 18 jaar of ouder. Deze dienen de eigen veiligheid en die van het publiek te waarborgen;

    13. het schietterrein goed wordt verlicht indien het carbidschieten plaatsvindt na zonsondergang.

  4. Het is verboden op of aan de weg carbid bij zich te hebben op andere dagen dan op 31 december tussen 10.00 uur en 24.00 uur en op 1 januari tussen 00.00 en 02.00 uur.

  5. Het bepaalde in het vierde lid is niet van toepassing op degenen aan wie carbid is afgeleverd gedurende de tijd die nodig is om thuis te komen, noch op degene die aannemelijk maakt dat hij het carbid nodig heeft in de uitoefening van beroep of bedrijf.

  6. Het bevoegd bestuursorgaan kan ter voorkoming van gevaar, schade of overlast of in het belang van de natuurbescherming, plaatsen in de gemeente aanwijzen waarop het derde lid niet van toepassing is.

  7. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod genoemd in het tweede lid.

  8. Het verbod in het tweede lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht.