1. In deze afdeling wordt verstaan onder:

    • bebouwde kom: in afwijking van artikel 1:1 wordt in deze afdeling bedoeld de bebouwde kom vastgesteld in het kader van artikel 4.1, onderdeel a, Wet natuurbescherming, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet;

    • bomeneffectanalyse: een standaardbeoordeling van de gevolgen voor bomen van voorgenomen bouw of aanleg, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting;

    • bomenfonds: fonds voor de aanplant van nieuwe houtopstanden waarin gelden worden gestort ten gevolge van een financiële herplantplicht ex artikel 4:11 lid 7;

    • boom: een houtachtig, opgaand en overblijvend gewas, niet zijnde een struik, met een diameter van minimaal 10 centimeter (of met een omtrek van minimaal 31 centimeter) op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste stam;

    • boomwaarde: de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen;

    • dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand;

    • hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;

    • houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;

    • monumentale boom: een in het Landelijk Register voor Monumentale Bomen geregistreerde boom;

    • waardevolle boom: een boom die voldoet aan het daartoe door het college vastgestelde boomwaarderingssysteem.

  2. In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.