1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  2. B- en C- evenementen dienen, in afwijking van de termijn voor het indienen van een aanvraag zoals genoemd in artikel 1:8, minimaal 12 weken voor aanvang van het evenement te worden aangevraagd.

  3. Onverminderd de artikelen 1:6 en 1:8 kan de burgemeester een evenementenvergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd intrekken of wijzigen indien naar zijn oordeel:

    1. het evenement waarvoor de vergunning wordt aangevraagd niet is opgenomen op de evenementenkalender;

    2. de ter handhaving van de openbare orde en veiligheid noodzakelijke politie- en betreffende hulpverleningscapaciteit een onevenredig beroep op de beschikbare bezetting doet.

  4. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, als bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

  5. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste vier weken voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.

  6. De burgemeester kan binnen acht dagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

  7. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op door de burgemeester aangewezen categorieën evenementen.

  8. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.

  9. Het vijfde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s.

  10. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictievebeschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

  11. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictievebeschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.