1. Incidentele asverstrooiing is verboden op:

    1. de verharde delen van de weg en verharde openbare plaatsen;

    2. de openbare sportterreinen en –velden en bijbehorende voorzieningen;

    3. kinderspeelplaatsen;

    4. gemeentelijke begraafplaats, met uitzondering van het strooiveldje en de graven;

    5. andere door het collegenader aan te wijzen plaatsen.

  2. Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.

  3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.