In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een kamerverhuurbedrijf;

  • exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, voor zover van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico een kamerverhuurbedrijf wordt uitgeoefend;

  • huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling.

  • kamerverhuurbedrijf: een gebouw of gedeelte van een gebouw waarin door een natuurlijke of een rechtspersoon rechtstreeks of via een bemiddelingsbureau of tussenpersoon bedrijfsmatig, of in een omvang alsof die bedrijfsmatig is, drie of meer kamers wordt verhuurd als onzelfstandige woonruimte. Hieronder vallen niet woonruimtes die deel uitmaken van een seniorencomplex, verzorgingstehuizen, of andere (te) huizen met een maatschappelijke bestemming, zolang deze worden verhuurd overeenkomstig de specifieke functies van de genoemde woonvormen. Voor de door zorgaanbieders geboden of te bieden huisvesting (verhuur van kamers) en begeleiding aan zorgcliënten, is de verplichting van een exploitatievergunning wel van toepassing.

  • onzelfstandige woonruimte: woonruimte, die geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, zoals een keuken en sanitaire voorzieningen;

  • woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden.