1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een inrichting voor verblijfsrecreatie te exploiteren.

  2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de inrichting voor verblijfsrecreatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.

  3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de inrichting voor verblijfsrecreatie of de openbare orde op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed.

  4. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning.