1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement in de behandelclassificatie Categorie A, B of C te (laten) organiseren.
2. Voor een evenement zoals bedoeld in artikel 2:24 lid 1 dient tijdig een aanvraag te worden ingediend. De volgende termijnen gelden:
a. Een aanvraag om een vergunning voor Categorie A - Regulier evenement moet uiterlijk 8 weken voor datum evenement worden ingediend.
b. een aanvraag om een vergunning voor een Categorie B - Aandachtsevenement moet uiterlijk 12 weken voor datum evenement worden ingediend.
c. een aanvraag om een vergunning voor een Categorie C - Risicovol evenement moet uiterlijk 16 weken voor datum evenement worden ingediend.
3. Geen vergunning is vereist voor een evenement, indien aan alle hierna genoemde criteria wordt voldaan:
a. het aantal aanwezige personen inclusief deelnemers niet meer bedraagt dan 250 (tweehonderdvijftig);
b. het evenement tussen 9.00 en 24.00 uur plaats vindt;
c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 24.00 uur;
d. het evenement geen of een zeer geringe beperking van het gebruik van de weg of anderszins veroorzaakt en geen belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;
e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 m2 per object;
f. er een organisator is;
g. de organisator tenminste 15 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.
4. De burgemeester kan na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
5. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregeld onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.
6. Het derde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s.
7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van in enig opzicht van slecht levensgedrag is.
8. Op de vergunning is onverminderd art. 1:7 lid 2 van de APV van toepassing.
9. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.