1. Het college stelt een Bomenkaart vast waarop de monumentale en andere beschermenswaardige bomen in de gemeente worden vermeld.

  2. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag te vellen of te doen vellen:

    1. de houtopstanden die staan vermeld op de in het eerste lid genoemde Bomenkaart;

    2. houtopstanden die zijn geplant in het kader van een herplantplicht; en

    3. houtopstanden buiten de bebouwde kom welke een stamomtrek van 126 centimeter of meer gemeten op 1,30 meter boven maaiveld dan wel een stamdiameter van 40 centimeter of meer hebben.

  3. In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd op grond van:

    1. de natuurwaarde van de houtopstand;

    2. de landschappelijke waarde van de houtopstand;

    3. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;

    4. de beeldbepalende waarde van de houtopstand;

    5. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; of

    6. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.

  4. Het verbod is niet van toepassing:

    1. op een houtopstand die moet worden geveld krachtens artikel 28 van de Plantgezondheidswet;

    2. op het periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel bij daarvoor geschikte boomsoorten, mits de betreffende boom of bomen deze cultuurvorm al hebben;

    3. als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen.

  5. Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning een voorschrift verbinden inhoudende een verplichting tot een financiële bijdrage aan het Bomenfonds.

  6. Het college kan nadere regels vaststellen over de financiële bijdrage aan het Bomenfonds.