1. De burgemeester kan op aanvraag ontheffing verlenen van de in artikel 2.34c lid 1 gestelde verbod. Aan deze ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.

  2. De burgemeester kan met het oog op bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard op aanvraag voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen ontheffing verlenen van de in artikel 2.34b en 2.34c gestelde verboden en beperkingen.