1. Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

  2. Het college kan wegen of gedeelten daarvan aanwijzen waar het verboden is te venten.

  3. Het college kan tijdstippen vaststellen waarop het verboden is te venten.

  4. Het verbod is niet van toepassing op:

    1. situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994;

    2. het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard.