1. De machtiging is ondertekend en vermeldt:

    1. de naam en de hoedanigheid van degene die de machtiging heeft gegeven;

    2. de naam of het nummer en de hoedanigheid van degene aan wie de machtiging is gegeven;

    3. de wettelijke bepalingen waarop het binnentreden berust en het doel waartoe wordt binnengetreden;

    4. de dagtekening.

  2. De machtiging blijft ten hoogste van kracht tot en met de derde dag na die waarop zij is gegeven. De Algemene termijnwet is niet van toepassing.