Algemene wet op het binnentreden

Inhoud
§ 1 Binnentreden in woningen in het algemeen
§ 2 Binnentreden in woningen zonder toestemming van de bewoner
§ 3 Betreden van enkele bijzondere plaatsen
§ 4 Slotbepalingen

Artikel 10 (Verslag binnentreden opmaken)

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2010.
  1. Degene die zonder toestemming van de bewoner in een woning is binnengetreden, maakt op zijn ambtseed of -belofte een schriftelijk verslag op omtrent het binnentreden.

  2. In het verslag vermeldt hij:

    1. zijn naam of nummer en hoedanigheid;

    2. de dagtekening van de machtiging en de naam en hoedanigheid van degene die de machtiging tot binnentreden heeft gegeven:

    3. de wettelijke bepalingen waarop het binnentreden berust en het doel waartoe is binnengetreden;

    4. de plaats van de woning en de naam van de bewoner;

    5. de wijze van binnentreden en het tijdstip waarop in de woning is binnengetreden en waarop deze is verlaten;

    6. hetgeen in de woning is verricht of overigens is voorgevallen, het aantal en de hoedanigheid van degenen die hem hebben vergezeld, de namen van de personen aan wie in de woning hun vrijheid is benomen en de voorwerpen die in de woning in beslag zijn genomen;

    7. voor zover van toepassing: de redenen waarom en de wijze waarop het bepaalde in artikel 1, tweede lid, dan wel artikel 2, derde lid, toepassing heeft gevonden.

01-07-2010 Huidig 01-06-1999 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-06-1999.

Tekst van deze versie

  1. Degene die zonder toestemming van de bewoner in een woning is binnengetreden, maakt op zijn ambtseed of -belofte een schriftelijk verslag op omtrent het binnentreden.

  2. In het verslag vermeldt hij:

    1. zijn naam of nummer en hoedanigheid;

    2. de dagtekening van de machtiging en de naam en hoedanigheid van degene die de machtiging tot binnentreden heeft gegeven:

    3. de wettelijke bepalingen waarop het binnentreden berust en het doel waartoe is binnengetreden;

    4. de plaats van de woning en de naam van de bewoner;

    5. de wijze van binnentreden en het tijdstip waarop in de woning is binnengetreden en waarop deze is verlaten;

    6. hetgeen in de woning is verricht of overigens is voorgevallen, het aantal en de hoedanigheid van degenen die hem hebben vergezeld, de namen van de personen aan wie in de woning hun vrijheid is benomen en de voorwerpen die in de woning in beslag zijn genomen;

    7. voor zover van toepassing: de redenen waarom en de wijze waarop het bepaalde in artikel 1, tweede lid, dan wel artikel 2, derde lid, toepassing heeft gevonden.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Algemene wet op het binnentreden