Algemene wet op het binnentreden

Inhoud

Artikel 3 Algemene wet op het binnentreden – Bevoegdheid tot geven machtiging

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-06-1999.

Officiële wettekst historische versie

  1. Bevoegd tot het geven van een machtiging tot binnentreden zijn:

    1. de advocaat-generaal bij het gerechtshof;

    2. de officier van justitie;

    3. de hulpofficier van justitie.

  2. Voor zover de wet niet anders bepaalt, is de burgemeester bevoegd tot het geven van een machtiging tot binnentreden in een woning gelegen binnen zijn gemeente voor andere doeleinden dan strafvordering.

  3. Degene die bevoegd is een machtiging te geven, gaat daartoe slechts over, indien het doel waartoe wordt binnengetreden het binnentreden zonder toestemming van de bewoner redelijkerwijs vereist.

Historische versies

01-07-2010 Huidig 01-06-1999 Historisch
Voor dit artikel is deze tekst gewijzigd in 01-07-2010.

Tekst van deze versie

  1. Bevoegd tot het geven van een machtiging tot binnentreden zijn:

    1. de advocaat-generaal bij het gerechtshof;

    2. de officier van justitie;

    3. de hulpofficier van justitie.

  2. Voor zover de wet niet anders bepaalt, is de burgemeester bevoegd tot het geven van een machtiging tot binnentreden in een woning gelegen binnen zijn gemeente voor andere doeleinden dan strafvordering.

  3. Degene die bevoegd is een machtiging te geven, gaat daartoe slechts over, indien het doel waartoe wordt binnengetreden het binnentreden zonder toestemming van de bewoner redelijkerwijs vereist.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Algemene wet op het binnentreden