Algemene wet inzake rijksbelastingen

Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Hoofdstuk II Aangifte
Hoofdstuk III Heffing van belasting bij wege van aanslag
Hoofdstuk IV Heffing van belasting bij wege van voldoening of afdracht op aangifte
Hoofdstuk IVbis Terugvordering van staatssteun
Hoofdstuk IVA Basisregistratie inkomen
Hoofdstuk V Bezwaar en beroep
Hoofdstuk VA Belastingrente en revisierente
Hoofdstuk VI Bevordering van de richtige heffing
Hoofdstuk VII Bepalingen ter voorkoming van dubbele belasting
Hoofdstuk VIII Bijzondere bepalingen
Hoofdstuk VIIIA Bestuurlijke boeten
Hoofdstuk IX Strafrechtelijke bepalingen
Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 66a

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 11-04-2026.
  1. De inspecteur verleent ter zake van de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen rijksbelastingen uiterlijk bij de bekendmaking van een belastingaanslag of een voor bezwaar vatbare beschikking jegens een belastingplichtige of inhoudingsplichtige inzage in de op de zaakbetrekking hebbende stukken.

  2. De inspecteur stelt de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de belastingplichtige of inhoudingsplichtige beschikbaar via een digitaal portaal. De stukken blijven beschikbaar tot het moment dat de stukken zijn of worden vernietigd op grond van artikel 3 van de Archiefwet 1995.

  3. De inspecteur kan toepassing van het eerste en tweede lid achterwege laten voor zover geheimhouding om gewichtige redenen als bedoeld in artikel 7:4 van de Algemene wet bestuursrecht is geboden. Van de toepassing van deze bepaling wordt melding gemaakt in het digitale portaal.

  4. De voldoening of afdracht op aangifte, dan wel de inhouding door een inhoudingsplichtige, van een bedrag als belasting wordt voor de toepassing van het eerste lid aangemerkt als een voor bezwaar vatbare beschikking. In afwijking van het eerste lid verleent de inspecteur uiterlijk binnen een maand na de ontvangst van de betaling van de belasting door de ontvanger inzage in de op de zaak betrekking hebbende stukken.

11-04-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 31-12-2025 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 31-12-2025.

Tekst van deze versie

  1. De inspecteur verleent ter zake van de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen rijksbelastingen uiterlijk bij de bekendmaking van een belastingaanslag of een voor bezwaar vatbare beschikking jegens een belastingplichtige of inhoudingsplichtige inzage in de op de zaakbetrekking hebbende stukken.

  2. De inspecteur stelt de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de belastingplichtige of inhoudingsplichtige beschikbaar via een digitaal portaal. De stukken blijven beschikbaar tot het moment dat de stukken zijn of worden vernietigd op grond van artikel 3 van de Archiefwet 1995.

  3. De inspecteur kan toepassing van het eerste en tweede lid achterwege laten voor zover geheimhouding om gewichtige redenen als bedoeld in artikel 7:4 van de Algemene wet bestuursrecht is geboden. Van de toepassing van deze bepaling wordt melding gemaakt in het digitale portaal.

  4. De voldoening of afdracht op aangifte, dan wel de inhouding door een inhoudingsplichtige, van een bedrag als belasting wordt voor de toepassing van het eerste lid aangemerkt als een voor bezwaar vatbare beschikking. In afwijking van het eerste lid verleent de inspecteur uiterlijk binnen een maand na de ontvangst van de betaling van de belasting door de ontvanger inzage in de op de zaak betrekking hebbende stukken.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Algemene wet inzake rijksbelastingen