1. De inspecteur verleent ter zake van de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen rijksbelastingen uiterlijk bij de bekendmaking van een belastingaanslag of een voor bezwaar vatbare beschikking jegens een belastingplichtige of inhoudingsplichtige inzage in de op de zaakbetrekking hebbende stukken.

  2. De inspecteur stelt de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de belastingplichtige of inhoudingsplichtige beschikbaar via een digitaal portaal. De stukken blijven beschikbaar tot het moment dat de stukken zijn of worden vernietigd op grond van artikel 3 van de Archiefwet 1995.

  3. De inspecteur kan toepassing van het eerste en tweede lid achterwege laten voor zover geheimhouding om gewichtige redenen als bedoeld in artikel 7:4 van de Algemene wet bestuursrecht is geboden. Van de toepassing van deze bepaling wordt melding gemaakt in het digitale portaal.

  4. De voldoening of afdracht op aangifte, dan wel de inhouding door een inhoudingsplichtige, van een bedrag als belasting wordt voor de toepassing van het eerste lid aangemerkt als een voor bezwaar vatbare beschikking. In afwijking van het eerste lid verleent de inspecteur uiterlijk binnen een maand na de ontvangst van de betaling van de belasting door de ontvanger inzage in de op de zaak betrekking hebbende stukken.