-
Met betrekking tot naheffingsaanslagen ter zake van loonbelasting, dividendbelasting, bronbelasting, omzetbelasting, overdrachtsbelasting, belasting van personenauto’s en motorrijwielen, accijns, verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken of een in artikel 1 van de Wet belastingen op milieugrondslag genoemde belasting, wordt aan degene ten name van wie de naheffingsaanslag is gesteld, rente – belastingrente – in rekening gebracht, ingeval de naheffingsaanslag is vastgesteld na het einde van het kalenderjaar of boekjaar waarop de nageheven belasting betrekking heeft.
-
De belastingrente wordt enkelvoudig berekend over het tijdvak dat aanvangt op de dag volgend op het kalenderjaar of boekjaar waarop de nageheven belasting betrekking heeft en eindigt op de dag voorafgaand aan de dag waarop de naheffingsaanslag invorderbaar is ingevolge artikel 9 van de Invorderingswet 1990 en heeft als grondslag de nageheven belasting.
-
Ingeval een naheffingsaanslag ter zake van loonbelasting, dividendbelasting, bronbelasting, overdrachtsbelasting, belasting van personenauto’s en motorrijwielen, accijns, verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken of een in artikel 1 van de Wet belastingen op milieugrondslag genoemde belasting is vastgesteld overeenkomstig een verzoek, eindigt het tijdvak waarover de belastingrente wordt berekend, in afwijking in zoverre van het tweede lid, uiterlijk 10 weken na de datum van ontvangst van het verzoek. Het verzoek wordt op een door de inspecteur aangegeven wijze ingediend.
-
Het eerste lid vindt geen toepassing ingeval de naheffingsaanslag het gevolg is van een verzoek dat is gedaan binnen 3 maanden na het einde van het kalenderjaar of boekjaar waarop de nageheven belasting betrekking heeft.
-
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing voor zover een in het eerste lid bedoelde belasting te laat, doch voordat een naheffingsaanslag is vastgesteld, wordt betaald, behoudens ingeval de betaling plaatsvindt binnen 3 maanden na het einde van het kalenderjaar of boekjaar waarop de te laat betaalde belasting betrekking heeft. Belastingrente wordt berekend over het tijdvak dat aanvangt op de dag volgend op het kalenderjaar of boekjaar waarop de te laat betaalde belasting betrekking heeft en eindigt op de dag van betaling en heeft als grondslag het bedrag van de te laat betaalde belasting.
-
Indien een naheffingsaanslag ter zake waarvan belastingrente in rekening is gebracht naar aanleiding van een bezwaarschrift, een daaropvolgende gerechtelijke procedure of een ambtshalve vermindering wordt verminderd of wordt vernietigd, wordt de eerder in rekening gebrachte rente naar evenredigheid verminderd, onderscheidenlijk vernietigd.
-
Voor de toepassing van het derde en vierde lid wordt onder een verzoek onder meer verstaan een herziening van een aangifte (suppletie) en een correctiebericht als bedoeld in artikel 28a van de Wet op de loonbelasting 1964.
Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Hoofdstuk III Heffing van belasting bij wege van aanslag
Hoofdstuk IV Heffing van belasting bij wege van voldoening of afdracht op aangifte
Hoofdstuk IVbis Terugvordering van staatssteun
Hoofdstuk IVA Basisregistratie inkomen
Hoofdstuk V Bezwaar en beroep
Afdeling 1a Massaal bezwaar
Afdeling 2 Beroep
Afdeling 2a Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad
Afdeling 3 Hoger beroep
Afdeling 4 Beroep in cassatie bij de Hoge Raad
Hoofdstuk VA Belastingrente en revisierente
Hoofdstuk VI Bevordering van de richtige heffing
Hoofdstuk VII Bepalingen ter voorkoming van dubbele belasting
Hoofdstuk VIII Bijzondere bepalingen
Afdeling 1 Vertegenwoordiging buiten rechte
Afdeling 2 Verplichtingen ten dienste van de belastingheffing
Afdeling 3 Domiciliekeuze en uitreiking van stukken
Afdeling 4 Overschrijding van termijnen
Afdeling 5 Toekenning van bevoegdheden
Afdeling 5a Inzage in de belastingplichtige of inhoudingsplichtige betreffende gegevens
Afdeling 6 Geheimhouding
Hoofdstuk VIIIA Bestuurlijke boeten
Afdeling 1 Overtredingen
Paragraaf 1 Verzuimboeten
Paragraaf 2 Vergrijpboeten
Afdeling 2 Aanvullende voorschriften inzake het opleggen van bestuurlijke boeten
Afdeling 3 Openbaarmaking van de boetebeschikking
Hoofdstuk IX Strafrechtelijke bepalingen
Afdeling 1 Strafbare feiten
Afdeling 1A Strafbare feiten in algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen
Afdeling 2 Algemene bepalingen van strafrecht
Afdeling 3 Algemene bepalingen van strafvordering
Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 30h
Actueel
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.