-
Indien met betrekking tot de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting na het verstrijken van een periode van 6 maanden te rekenen vanaf het einde van het tijdvak waarover de belasting wordt geheven een voorlopige aanslag met een door de belastingplichtige te betalen bedrag aan belasting wordt vastgesteld, wordt met betrekking tot die aanslag aan de belastingplichtige rente – belastingrente – in rekening gebracht.
-
De belastingrente wordt enkelvoudig berekend over het tijdvak dat aanvangt 6 maanden te rekenen vanaf het einde van het tijdvak waarover de belasting wordt geheven en eindigt op de dag voorafgaand aan de dag waarop de voorlopige aanslag invorderbaar is ingevolge artikel 9 van de Invorderingswet 1990 en heeft als grondslag het te betalen bedrag aan belasting.
-
Ingeval de voorlopige aanslag is vastgesteld overeenkomstig een op de door de inspecteur aangegeven wijze ingediend verzoek of overeenkomstig de ingediende aangifte met betrekking tot het tijdvak waarover de belasting wordt geheven, eindigt het tijdvak waarover de belastingrente wordt berekend in afwijking in zoverre van het tweede lid, uiterlijk 14 weken na de datum van ontvangst van het verzoek, onderscheidenlijk 19 weken na de datum van ontvangst van deze aangifte.
-
Geen belastingrente wordt in rekening gebracht ingeval de voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting is vastgesteld overeenkomstig een op de door de inspecteur aangegeven wijze ingediend verzoek dat is ontvangen voor de eerste dag van de vijfde maand of overeenkomstig een ingediende aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting die is ontvangen voor de eerste dag van de vijfde, onderscheidenlijk zesde, maand na afloop van het tijdvak waarover de belasting wordt geheven.
Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Hoofdstuk III Heffing van belasting bij wege van aanslag
Hoofdstuk IV Heffing van belasting bij wege van voldoening of afdracht op aangifte
Hoofdstuk IVbis Terugvordering van staatssteun
Hoofdstuk IVA Basisregistratie inkomen
Hoofdstuk V Bezwaar en beroep
Afdeling 1a Massaal bezwaar
Afdeling 2 Beroep
Afdeling 2a Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad
Afdeling 3 Hoger beroep
Afdeling 4 Beroep in cassatie bij de Hoge Raad
Hoofdstuk VA Belastingrente en revisierente
Hoofdstuk VI Bevordering van de richtige heffing
Hoofdstuk VII Bepalingen ter voorkoming van dubbele belasting
Hoofdstuk VIII Bijzondere bepalingen
Afdeling 1 Vertegenwoordiging buiten rechte
Afdeling 2 Verplichtingen ten dienste van de belastingheffing
Afdeling 3 Domiciliekeuze en uitreiking van stukken
Afdeling 4 Overschrijding van termijnen
Afdeling 5 Toekenning van bevoegdheden
Afdeling 5a Inzage in de belastingplichtige of inhoudingsplichtige betreffende gegevens
Afdeling 6 Geheimhouding
Hoofdstuk VIIIA Bestuurlijke boeten
Afdeling 1 Overtredingen
Paragraaf 1 Verzuimboeten
Paragraaf 2 Vergrijpboeten
Afdeling 2 Aanvullende voorschriften inzake het opleggen van bestuurlijke boeten
Afdeling 3 Openbaarmaking van de boetebeschikking
Hoofdstuk IX Strafrechtelijke bepalingen
Afdeling 1 Strafbare feiten
Afdeling 1A Strafbare feiten in algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen
Afdeling 2 Algemene bepalingen van strafrecht
Afdeling 3 Algemene bepalingen van strafvordering
Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 30f
Actueel
3 verwijzing(en)
Hoge Raad
|
14-04-2017
|
04-08-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
24-09-2010
|
31-07-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.