Algemene wet inzake rijksbelastingen

Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Hoofdstuk II Aangifte
Hoofdstuk III Heffing van belasting bij wege van aanslag
Hoofdstuk IV Heffing van belasting bij wege van voldoening of afdracht op aangifte
Hoofdstuk IVbis Terugvordering van staatssteun
Hoofdstuk IVA Basisregistratie inkomen
Hoofdstuk V Bezwaar en beroep
Hoofdstuk VA Belastingrente en revisierente
Hoofdstuk VI Bevordering van de richtige heffing
Hoofdstuk VII Bepalingen ter voorkoming van dubbele belasting
Hoofdstuk VIII Bijzondere bepalingen
Hoofdstuk VIIIA Bestuurlijke boeten
Hoofdstuk IX Strafrechtelijke bepalingen
Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 27ga

HISTORISCH
  1. De rechtbank kan in de procedure op verzoek van een partij of ambtshalve de Hoge Raad een rechtsvraag voorleggen ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing, indien een antwoord op deze vraag nodig is om op het beroep te beslissen.

  2. Alvorens de Hoge Raad een vraag voor te leggen, stelt de rechtbank partijen in de gelegenheid zich uit te laten over het voornemen om de Hoge Raad een vraag voor te leggen, alsmede over de inhoud van de voor te leggen vraag.

  3. De beslissing waarbij de Hoge Raad een vraag wordt voorgelegd, vermeldt het onderwerp van geschil, de door de rechtbank vastgestelde feiten en de door partijen ingenomen standpunten.

  4. De griffier zendt onverwijld een afschrift van de beslissing aan de Hoge Raad. De griffier zendt afschriften van de andere op de zaak betrekking hebbende stukken op diens verzoek aan de griffier van de Hoge Raad.

  5. De beslissing om een vraag ter beantwoording aan de Hoge Raad voor te leggen, schorst de behandeling van de zaak totdat een afschrift van de beslissing van de Hoge Raad is ontvangen.

  6. Indien in een andere lopende procedure het antwoord op een vraag rechtstreeks van belang is om in die procedure te beslissen, kan de rechtbank op verzoek van een partij of ambtshalve de behandeling van de zaak schorsen totdat de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan. Alvorens te beslissen als bedoeld in de eerste volzin, stelt de rechtbank partijen in de gelegenheid zich daarover uit te laten.

11-04-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 31-12-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 31-12-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 07-05-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-10-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 23-06-2020 Historisch 01-06-2020 Historisch 15-04-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Er is nog geen eerdere of toekomstige officiële versie gevonden om te vergelijken.

Tekst van deze versie

  1. De rechtbank kan in de procedure op verzoek van een partij of ambtshalve de Hoge Raad een rechtsvraag voorleggen ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing, indien een antwoord op deze vraag nodig is om op het beroep te beslissen.

  2. Alvorens de Hoge Raad een vraag voor te leggen, stelt de rechtbank partijen in de gelegenheid zich uit te laten over het voornemen om de Hoge Raad een vraag voor te leggen, alsmede over de inhoud van de voor te leggen vraag.

  3. De beslissing waarbij de Hoge Raad een vraag wordt voorgelegd, vermeldt het onderwerp van geschil, de door de rechtbank vastgestelde feiten en de door partijen ingenomen standpunten.

  4. De griffier zendt onverwijld een afschrift van de beslissing aan de Hoge Raad. De griffier zendt afschriften van de andere op de zaak betrekking hebbende stukken op diens verzoek aan de griffier van de Hoge Raad.

  5. De beslissing om een vraag ter beantwoording aan de Hoge Raad voor te leggen, schorst de behandeling van de zaak totdat een afschrift van de beslissing van de Hoge Raad is ontvangen.

  6. Indien in een andere lopende procedure het antwoord op een vraag rechtstreeks van belang is om in die procedure te beslissen, kan de rechtbank op verzoek van een partij of ambtshalve de behandeling van de zaak schorsen totdat de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan. Alvorens te beslissen als bedoeld in de eerste volzin, stelt de rechtbank partijen in de gelegenheid zich daarover uit te laten.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Algemene wet inzake rijksbelastingen