1. De inspecteur plaatst de aantekening «in onderzoek» bij een inkomensgegeven indien ten aanzien van dat inkomensgegeven:

    1. een terugmelding is gedaan;

    2. een bezwaar- of beroepschrift is ingediend;

    3. een verzoek om ambtshalve vermindering is ingediend, of

    4. overigens gerede twijfel is ontstaan omtrent de juistheid van dat gegeven.

    Voor de onderdelen a en d geldt een bij ministeriële regeling te bepalen termijn waarbinnen de inspecteur bepaalt of de aantekening «in onderzoek» al dan niet wordt geplaatst.

  2. De inspecteur verwijdert de aantekening «in onderzoek»:

    1. na de afhandeling van het onderzoek naar aanleiding van de terugmelding;

    2. nadat de beslissing op bezwaar of de rechterlijke uitspraak onherroepelijk is geworden;

    3. na de afhandeling van het verzoek om ambtshalve vermindering, of

    4. na de afhandeling van het onderzoek naar aanleiding van de situatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d.