Artikel 47 is van overeenkomstige toepassing voor degene, die op 1 november 1967 feitelijk een horecabedrijf of slijtersbedrijf uitoefende:

  1. met gebruikmaking van een op hem krachtens artikel 29, eerste lid, van de Drankwet (Stb. 1931, 476) overgeschreven vergunning of verlof A van een persoon, die dat bedrijf feitelijk uitoefende op 30 september 1967, of

  2. als rechtverkrijgende van een persoon als onder a bedoeld diens bedrijf voortzettend krachtens de wet van 14 april 1960 (Stb. 155).