Alcoholwet

Inhoud

Artikel 29

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 12-02-2025.
  1. De burgemeester vermeldt in een vergunning:

    1. de vergunninghouder;

    2. tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt;

    3. de plaats waar de inrichting zich bevindt;

    4. de situering en de oppervlakten van de horeca- of slijtlokaliteiten en terrassen;

    5. de voorschriften of beperkingen welke aan de vergunning zijn verbonden.

  2. De burgemeester vermeldt in een aanhangsel bij de vergunning de leidinggevenden en indien van toepassing de personen aangewezen krachtens artikel 30b. Ten aanzien van een leidinggevende bij wie sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 8, vierde lid, maakt de burgemeester daaromtrent een aantekening.

  3. De vergunning en het daarbij behorende aanhangsel, of afschriften daarvan, en in voorkomende gevallen een afschrift van de aanvraag, bedoeld in artikel 30a, eerste lid, en de ontvangstbevestiging, bedoeld in artikel 30a, vierde lid, of een afschrift daarvan, zijn in de inrichting aanwezig.

  4. De vergunning en het aanhangsel worden gesteld op een formulier dat bij regeling van Onze Minister wordt vastgesteld.

12-02-2025 Huidig 01-01-2025 Historisch 01-04-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 05-10-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 15-08-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-04-2024.

Tekst van deze versie

  1. De burgemeester vermeldt in een vergunning:

    1. de vergunninghouder;

    2. tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt;

    3. de plaats waar de inrichting zich bevindt;

    4. de situering en de oppervlakten van de horeca- of slijtlokaliteiten en terrassen;

    5. de voorschriften of beperkingen welke aan de vergunning zijn verbonden.

  2. De burgemeester vermeldt in een aanhangsel bij de vergunning de leidinggevenden en indien van toepassing de personen aangewezen krachtens artikel 30b. Ten aanzien van een leidinggevende bij wie sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 8, vierde lid, maakt de burgemeester daaromtrent een aantekening.

  3. De vergunning en het daarbij behorende aanhangsel, of afschriften daarvan, en in voorkomende gevallen een afschrift van de aanvraag, bedoeld in artikel 30a, eerste lid, en de ontvangstbevestiging, bedoeld in artikel 30a, vierde lid, of een afschrift daarvan, zijn in de inrichting aanwezig.

  4. De vergunning en het aanhangsel worden gesteld op een formulier dat bij regeling van Onze Minister wordt vastgesteld.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Alcoholwet