Wetboek van Strafvordering BES Laatste controle 30-03-2026, laatste wijziging 22-03-2026.

Inhoud
Titel I Algemene bepalingen
Titel II Legaliteitsbeginsel
Titel III Het openbaar ministerie en de bevoegdheid van de rechter
Titel IV Rechterlijk bevel tot vervolging of verdere vervolging van strafbare feiten
Titel V Schorsing van de vervolging
Titel VI Behandeling door de raadkamer
Titel VII Rechterlijke voorzieningen bij dringende noodzaak
Titel VIII Algemeen voorschrift met betrekking tot rechterlijke beslissingen
Titel IX Geheimhouding
Titel X Beëdiging
Tweede Boek De verdachte en zijn raadsman
Titel I De verdachte
Titel II De raadsman
Eerste Afdeling Algemene bepalingen
Tweede Afdeling Keuze van de raadsman
Derde Afdeling Toevoeging van een raadsman
Par. 1 Algemene bepalingen
Par. 2 Vervanging van de toegevoegde raadsman
Par. 3 Beroep inzake toevoeging
Par. 4 Kennisgeving van de toevoeging
Par. 5 Beloning en vergoeding van kosten
Vierde Afdeling Bevoegdheden van de raadsman betreffende het verkeer met de verdachte en de kennisneming van processtukken
Derde Boek Enige bijzondere dwangmiddelen
Titel I Algemeen
Titel II Staandehouding en aanhouding
Titel III Betreden van plaatsen ter aanhouding
Titel IV Onderzoek aan lichaam en kleding
Titel V Ophouding voor verhoor
Titel VI Mededeling van rechten bij ophouding voor verhoor
Titel VII Inverzekeringstelling
Titel VIII Voorlopige hechtenis
Eerste Afdeling Bewaring
Tweede Afdeling Gevangenhouding en gevangenneming
Derde Afdeling Gevallen waarin voorlopige hechtenis is toegestaan
Vierde Afdeling Gronden voor voorlopige hechtenis
Vijfde Afdeling Tenuitvoerlegging en opheffing van bevelen tot voorlopige hechtenis
Zesde Afdeling Hoger beroep inzake bevelen tot voorlopige hechtenis
Zevende Afdeling Voorlopige hechtenis bij einduitspraken
Achtste Afdeling Het horen van de in voorlopige hechtenis gestelde verdachte
Negende Afdeling Inhoud van de bevelen en hun betekening
Tiende Afdeling Schorsing en opschorting van de voorlopige hechtenis
Titel IX Inbeslagneming
Titel X Binnentreden in woningen
Titel XI Betreden van enkele bijzondere plaatsen
Titel XII Handhaving van de orde ter gelegenheid van ambtsverrichtingen
Titel XIII Maatregelen ter gelegenheid van een schouw of een huiszoeking
Titel XV Opneming ter observatie
Titel XVI Strafrechtelijk financieel onderzoek
Titel XVII Bijzondere bevoegdheden tot opsporing
Titel XVIII Bijzondere bevoegdheden
Eerste Afdeling Planmatige observatie
Tweede Afdeling Infiltratie
Derde Afdeling Pseudo-koop of -dienstverlening
Vierde Afdeling Stelselmatig inwinnen van informatie
Vijfde Afdeling Bevoegdheden in een besloten plaats
Zesde Afdeling Opnemen en onderzoek communicatie
Zevende Afdeling Vorderen van gegevens
Achtste Afdeling Steunbevoegdheden
Titel XIX Bijstand aan opsporing door burgers
Eerste Afdeling Burgerpseudokoop of -dienstverlening en inwinning van informatie
Tweede Afdeling Burgerinfiltratie
Titel XX Doorlaten
Titel XXI Verkennend onderzoek
Titel XXII Schadevergoeding wegens toepassing van dwangmiddelen
Vierde Boek Opsporingsonderzoek, gerechtelijk vooronderzoeken daarna te nemen beslissingen
Titel I Het opsporingsonderzoek
Titel II De rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken
Titel III Gang van het gerechtelijk vooronderzoek
Titel IV Beslissing omtrent al dan niet verdere vervolging
Vijfde Boek De terechtzitting
Titel I Het aanhangig maken van de zaak ter terechtzitting in eerste aanleg
Titel II Bezwaarschrift tegen de dagvaarding
Titel III Het aanhangig maken van de zaak ter terechtzitting in hoger beroep
Titel IV Behandeling ter terechtzitting
Eerste Afdeling Algemene bepaling
Tweede Afdeling Onderzoek van de zaak op de terechtzitting
Derde Afdeling Benadeelde partij
Vierde Afdeling Bewijs
Vijfde Afdeling Beraadslaging en uitspraak
Zesde Afdeling Zaken ad informandum
Zevende Afdeling Gevolgen van normschendingen
Titel V Berechting van overtredingen in eerste aanleg
Zesde Boek Rechtsmiddelen
Zevende Boek Enige rechtsplegingen van bijzondere aard
Titel I Strafvordering ter zake van ambtsmisdrijven
Titel II Strafvordering in zaken betreffende jeugdige personen
Titel III Berechting van verdachten, bij wie tijdens het begaan van het feit gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke storing van de geestvermogens bestond
Titel IIIa Strafvordering ter zake van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
Titel IV Verschoning en wraking van rechters
Titel V Vervolging en berechting van rechtspersonen en andere samenwerkingsverbanden
Titel VI Strafvordering buiten het rechtsgebied van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Titel VII Rechterlijke bevelen tot handhaving van de openbare orde
Titel VIII Internationale rechtshulp
Titel IX Overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen
Eerste Afdeling Algemene bepalingen
Tweede Afdeling
Derde Afdeling Procedure
Par. 1 Behandeling van buitenlandse verzoeken tot tenuitvoerlegging
Par. 2 Behandeling van verzoeken van Bonaire, Sint Eustatius en Saba tot tenuitvoerlegging in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba van in een vreemde staat opgelegde sancties
Par. 3 Gerechtelijke procedure
Par. 4 Buitengerechtelijke procedure
Vierde Afdeling Overdracht van de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Par. 1 Van Bonaire, Sint Eustatius en Saba uitgaande verzoeken
Par. 2 Tot Bonaire, Sint Eustatius en Saba gerichte verzoeken
Par. 3 Overbrenging
Vijfde Afdeling Slotbepalingen
Achtste Boek Tenuitvoerlegging en kosten

Titel III

Berechting van verdachten, bij wie tijdens het begaan van het feit gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke storing van de geestvermogens bestond

Artikel 499

  1. In elke stand van de zaak betreffende een verdachte die de leeftijd van achttien jaren bereikt heeft of naar burgerlijk recht meerderjarig is, zal de rechter in eerste aanleg of het Hof, indien er vermoeden bestaat dat bij de verdachte tijdens het begaan van het feit gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke storing van de geestvermogens bestond, en dat hij ten gevolge daarvan niet in staat is zijn belangen behoorlijk te behartigen, zulks bij beslissing verklaren.

  2. De beslissing wordt gegeven, hetzij ambtshalve, hetzij op de voordracht van de rechter-commissaris, op de vordering van het openbaar ministerie of op het daartoe strekkend verzoek van de verdachte, van zijn raadsman, van zijn echtgenoot, dan wel degene met wie hij duurzaam feitelijk samenwoont, van een van zijn ouders, van zijn voogd, van zijn curator of van een van zijn bloed- of aanverwanten tot de derde graad ingesloten.

  3. Voor zover de beslissing niet in zijn tegenwoordigheid is gegeven, wordt de inhoud daarvan de verdachte onverwijld vanwege het openbaar ministerie betekend.

Artikel 500

  1. De rechter kan, alvorens te beslissen, de rechtercommissaris, zolang deze met het gerechtelijk vooronderzoek is belast, of het openbaar ministerie opdragen een nader onderzoek in te stellen en aan de rechter daaromtrent verslag te doen.

  2. De beslissing, bij het eerste lid van artikel 499 bedoeld, is niet aan enig rechtsmiddel onderworpen, doch kan door de rechter te allen tijde worden herroepen; ten aanzien van de beslissing tot herroeping vinden de artikelen 499 en 502 overeenkomstige toepassing en al hetgeen bij of ingevolge eerstgenoemde beslissing tot de herroeping toe is verricht, blijft niettemin van kracht.

Artikel 501

Ten spoedigste na de beslissing, bij het eerste lid van artikel 499 bedoeld, voegt de rechter in eerste aanleg of, indien de beslissing door het Hof is gegeven, de voorzitter de verdachte van misdrijf, indien hij nog geen toegevoegde raadsman heeft, een raadsman toe. Aan de verdachte van overtreding kan door de rechter in eerste aanleg of de voorzitter een raadsman worden toegevoegd.

Artikel 502

  1. Van het ogenblik af van de beslissing, bij het eerste lid van artikel 499 bedoeld, en, behoudens herroeping, totdat de zaak door een in kracht van gewijsde gegaan vonnis is beëindigd, vinden de artikelen 31, 482, 484, derde lid, 489, 490, 497 en 498, voor zover zij niet reeds rechtstreeks van toepassing zijn, overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de bepalingen aangaande ouders of voogd slechts overeenkomstig worden toegepast, indien de verdachte een curator heeft, en in dit geval in dier voege dat zij uitsluitend deze betreffen. Tijdens het gerechtelijk vooronderzoek vindt artikel 489 tevens overeenkomstige toepassing ten aanzien van het verhoor van de verdachte door de rechter-commissaris.

  2. De verdachte is verplicht in persoon ter terechtzitting te verschijnen. Bij de dagvaarding wordt hem kennis gegeven dat, indien hij niet aan deze verplichting voldoet, de rechter zijn medebrenging kan gelasten. Bij niet-verschijning in persoon, kan de rechter in eerste aanleg of het Hof, hetzij ambtshalve, hetzij op de vordering van het openbaar ministerie of op het verzoek van de raadsman, indien de rechter of het Hof van oordeel is, dat de persoonlijke verschijning van de verdachte noch noodzakelijk noch gewenst is en de raadsman is verschenen en zich daartegen niet verzet, het geven van het bevel tot medebrenging achterwege laten. In zodanig geval wordt verstek verleend en het onderzoek van de zaak voortgezet; de raadsman blijft met de verdediging belast.

  3. Het rechtsgeding wordt niet in het openbaar behandeld. De rechter kan tot bijwoning van deze niet-openbare terechtzitting bijzondere toegang verlenen.

  4. De bevoegdheden, bij dit wetboek aan de verdachte toegekend, komen na de beslissing, bij het eerste lid van artikel 499 bedoeld, steeds mede toe aan de raadsman.

Artikel 503

  1. De bepalingen van deze titel zijn niet van toepassing op een gerechtelijk vooronderzoek inzake overtredingen.

  2. Ingeval wordt vermoed, dat bij een verdachte, wiens zaak ter terechtzitting van de rechter in eerste aanleg aanhangig wordt gemaakt, tijdens het begaan van de overtreding gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke storing van de geestvermogens bestond, en dat hij ten gevolge daarvan niet in staat is zijn belangen behoorlijk te behartigen, worden in de regel zijn curator, zo hij die heeft, en evenzo een of meer deskundigen ten verzoeke van het openbaar ministerie ter terechtzitting gedagvaard om te worden gehoord omtrent de persoonlijkheid van de verdachte.

← terug naar Wetboek van Strafvordering BES