-
Na afloop van het onderzoek wordt dit door de voorzitter gesloten verklaard en wordt hetzij aanstonds de uitspraak gedaan, hetzij door de voorzitter mondeling meegedeeld, wanneer zij volgens de bepaling van het Hof zal plaatsvinden.
-
De uitspraak kan op de bepaalde dag mondeling tot een nadere dag worden uitgesteld. De uitspraak kan, op straffe van nietigheid, niet vervroegd worden, tenzij zij gedaan wordt in tegenwoordigheid van de verdachte.
-
In geen geval mag de uitspraak later plaatsvinden dan op de eenentwintigste dag na de sluiting van het onderzoek.
-
Heeft de uitspraak alsdan niet plaatsgehad, dan wordt de zaak op de bestaande tenlastelegging door hetzelfde college opnieuw onderzocht.
Wetboek van Strafvordering BES Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 22-03-2026.
Inhoud
Titel I Algemene bepalingen
Titel III Het openbaar ministerie en de bevoegdheid van de rechter
Titel IV Rechterlijk bevel tot vervolging of verdere vervolging van strafbare feiten
Titel V Schorsing van de vervolging
Titel VI Behandeling door de raadkamer
Titel VII Rechterlijke voorzieningen bij dringende noodzaak
Titel VIII Algemeen voorschrift met betrekking tot rechterlijke beslissingen
Titel IX Geheimhouding
Titel X Beëdiging
Tweede Boek De verdachte en zijn raadsman
Titel I De verdachte
Eerste Afdeling Begripsomschrijving
Tweede Afdeling Rechtskundige bijstand
Derde Afdeling Zwijgrecht
Vierde Afdeling Processtukken
Vijfde Afdeling Behandeling binnen een redelijke termijn
Titel II De raadsman
Eerste Afdeling Algemene bepalingen
Tweede Afdeling Keuze van de raadsman
Derde Afdeling Toevoeging van een raadsman
Vierde Afdeling Bevoegdheden van de raadsman betreffende het verkeer met de verdachte en de kennisneming van processtukken
Derde Boek Enige bijzondere dwangmiddelen
Titel I Algemeen
Titel II Staandehouding en aanhouding
Titel III Betreden van plaatsen ter aanhouding
Titel IV Onderzoek aan lichaam en kleding
Titel V Ophouding voor verhoor
Titel VI Mededeling van rechten bij ophouding voor verhoor
Titel VII Inverzekeringstelling
Titel VIII Voorlopige hechtenis
Eerste Afdeling Bewaring
Tweede Afdeling Gevangenhouding en gevangenneming
Derde Afdeling Gevallen waarin voorlopige hechtenis is toegestaan
Vierde Afdeling Gronden voor voorlopige hechtenis
Vijfde Afdeling Tenuitvoerlegging en opheffing van bevelen tot voorlopige hechtenis
Zesde Afdeling Hoger beroep inzake bevelen tot voorlopige hechtenis
Zevende Afdeling Voorlopige hechtenis bij einduitspraken
Achtste Afdeling Het horen van de in voorlopige hechtenis gestelde verdachte
Negende Afdeling Inhoud van de bevelen en hun betekening
Tiende Afdeling Schorsing en opschorting van de voorlopige hechtenis
Titel IX Inbeslagneming
Eerste Afdeling Algemene bepalingen
Tweede Afdeling Inbeslagneming door opsporingsambtenaren of bijzondere personen
Tweede afdeling A De inbeslagneming op grond van artikel 119a
Derde Afdeling Inbeslagneming door de rechter-commissaris
Vierde Afdeling Bewaring van inbeslaggenomen voorwerpen
Vijfde Afdeling Teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen
Zevende Afdeling Beklag over inbeslagneming
Titel X Binnentreden in woningen
Titel XI Betreden van enkele bijzondere plaatsen
Titel XII Handhaving van de orde ter gelegenheid van ambtsverrichtingen
Titel XIII Maatregelen ter gelegenheid van een schouw of een huiszoeking
Titel XV Opneming ter observatie
Titel XVI Strafrechtelijk financieel onderzoek
Titel XVII Bijzondere bevoegdheden tot opsporing
Titel XVIII Bijzondere bevoegdheden
Eerste Afdeling Planmatige observatie
Tweede Afdeling Infiltratie
Derde Afdeling Pseudo-koop of -dienstverlening
Vierde Afdeling Stelselmatig inwinnen van informatie
Vijfde Afdeling Bevoegdheden in een besloten plaats
Zesde Afdeling Opnemen en onderzoek communicatie
Zevende Afdeling Vorderen van gegevens
Achtste Afdeling Steunbevoegdheden
Titel XIX Bijstand aan opsporing door burgers
Eerste Afdeling Burgerpseudokoop of -dienstverlening en inwinning van informatie
Tweede Afdeling Burgerinfiltratie
Titel XX Doorlaten
Titel XXI Verkennend onderzoek
Titel XXII Schadevergoeding wegens toepassing van dwangmiddelen
Vierde Boek Opsporingsonderzoek, gerechtelijk vooronderzoeken daarna te nemen beslissingen
Titel I Het opsporingsonderzoek
Eerste Afdeling De ambtenaren
Tweede Afdeling Aangiften en klachten
Derde Afdeling Opgave als benadeelde partij
Vierde Afdeling Beslissing omtrent al dan niet vervolgen
Titel II De rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken
Eerste Afdeling Benoeming en ontslag
Tweede Afdeling Verrichtingen van de rechter-commissaris in het algemeen
Titel III Gang van het gerechtelijk vooronderzoek
Eerste Afdeling De vordering van de officier van justitie
Tweede Afdeling Instellen van het gerechtelijk vooronderzoek
Derde Afdeling Het verhoor van de verdachte
Vierde Afdeling Het verhoor van de getuige
Vijfde Afdeling Bedreigde getuigen
Zesde Afdeling Deskundigen
Zevende Afdeling Sluiting van het gerechtelijk vooronderzoek
Titel IV Beslissing omtrent al dan niet verdere vervolging
Vijfde Boek De terechtzitting
Titel I Het aanhangig maken van de zaak ter terechtzitting in eerste aanleg
Titel II Bezwaarschrift tegen de dagvaarding
Titel III Het aanhangig maken van de zaak ter terechtzitting in hoger beroep
Titel IV Behandeling ter terechtzitting
Eerste Afdeling Algemene bepaling
Tweede Afdeling Onderzoek van de zaak op de terechtzitting
- Artikel 303
- Artikel 304
- Artikel 305
- Artikel 306
- Artikel 307
- Artikel 308
- Artikel 309
- Artikel 310
- Artikel 311
- Artikel 312
- Artikel 313
- Artikel 314
- Artikel 315
- Artikel 316
- Artikel 317
- Artikel 318
- Artikel 319
- Artikel 320
- Artikel 321
- Artikel 322
- Artikel 323
- Artikel 324
- Artikel 325
- Artikel 326
- Artikel 327
- Artikel 328
- Artikel 329
- Artikel 330
- Artikel 331
- Artikel 332
- Artikel 333
- Artikel 334
- Artikel 335
- Artikel 336
- Artikel 337
- Artikel 338
- Artikel 339
- Artikel 340
- Artikel 341
- Artikel 342
- Artikel 343
- Artikel 344
- Artikel 345
- Artikel 346
- Artikel 347
- Artikel 348
- Artikel 349
- Artikel 350
- Artikel 351
- Artikel 352
- Artikel 353
- Artikel 354
- Artikel 355
- Artikel 356
- Artikel 357
- Artikel 358
- Artikel 359
- Artikel 360
- Artikel 361
- Artikel 362
- Artikel 363
- Artikel 364
- Artikel 365
- Artikel 366
- Artikel 367
- Artikel 368
- Artikel 369
- Artikel 370
- Artikel 371
- Artikel 372
- Artikel 373
Derde Afdeling Benadeelde partij
Vierde Afdeling Bewijs
Vijfde Afdeling Beraadslaging en uitspraak
Zesde Afdeling Zaken ad informandum
Zevende Afdeling Gevolgen van normschendingen
Titel V Berechting van overtredingen in eerste aanleg
Zesde Boek Rechtsmiddelen
A Gewone Rechtsmiddelen
Zevende Boek Enige rechtsplegingen van bijzondere aard
Titel I Strafvordering ter zake van ambtsmisdrijven
Titel II Strafvordering in zaken betreffende jeugdige personen
Eerste Afdeling Algemene bepalingen
Tweede Afdeling Strafvordering in zaken betreffende personen, die op het tijdstip waarop de vervolging tegen hen is aangevangen, de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt
Titel III Berechting van verdachten, bij wie tijdens het begaan van het feit gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke storing van de geestvermogens bestond
Titel IIIa Strafvordering ter zake van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
Titel IV Verschoning en wraking van rechters
Titel V Vervolging en berechting van rechtspersonen en andere samenwerkingsverbanden
Titel VI Strafvordering buiten het rechtsgebied van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Tweede Afdeling Toepassing van enige bijzondere dwangmiddelen
Derde Afdeling Verplichting van de schipper
Titel VII Rechterlijke bevelen tot handhaving van de openbare orde
Titel VIII Internationale rechtshulp
Eerste Afdeling Algemene bepalingen
Tweede Afdeling Feiten begaan aan boord van luchtvaartuigen
Titel IX Overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen
Eerste Afdeling Algemene bepalingen
Tweede Afdeling
Derde Afdeling Procedure
Par. 1 Behandeling van buitenlandse verzoeken tot tenuitvoerlegging
Par. 2 Behandeling van verzoeken van Bonaire, Sint Eustatius en Saba tot tenuitvoerlegging in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba van in een vreemde staat opgelegde sancties
Par. 3 Gerechtelijke procedure
Par. 4 Buitengerechtelijke procedure
Vierde Afdeling Overdracht van de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Vijfde Afdeling Slotbepalingen
Achtste Boek Tenuitvoerlegging en kosten
Titel I Tenuitvoerlegging
Eerste Afdeling Algemene bepalingen
Tweede Afdeling Uitvoerbaarheid van beslissingen
Derde Afdeling Tenuitvoerlegging van bevelen tot vrijheidsontneming en veroordelende vonnissen
Vierde Afdeling Rechtsgeding tot herkenning van veroordeelden of van andere gevonniste personen
Vijfde Afdeling Wijze van kennisgeving van gerechtelijke mededelingen aan natuurlijke personen
Vijfde Afdeling
Artikel 389
De artikelen 414 tot en met 428 kunnen in eerste aanleg ook bij de berechting van misdrijven toepassing vinden, indien naar het oordeel van de rechter de zaak van eenvoudige aard is, bepaaldelijk ook ten aanzien van het bewijs en de toepassing van de wettelijke regeling en daarin geen zwaardere hoofdstraf dan gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden dient te worden opgelegd.
Artikel 390
-
Ingeval bij de beraadslaging blijkt dat het onderzoek niet volledig is geweest, kan het Hof op de terechtzitting bevelen dat op een door het Hof te bepalen terechtzitting het onderzoek wordt hervat.
-
Bij het bevel worden tevens aangewezen de getuigen, deskundigen en tolken, wier verhoor of tegenwoordigheid nodig wordt geacht, of de bescheiden of stukken van overtuiging waarvan het Hof inzage of bezichtiging wenst.
-
In dit geval wordt gehandeld als ware het onderzoek voor onbepaalde tijd geschorst, met dien verstande dat de verplichte oproeping alleen betreft de verdachte en dat alleen de in het bevel aangewezen getuigen, deskundigen, en tolken, opnieuw worden gedagvaard.
Artikel 391
-
Ook kan, in het geval bij het eerste lid van artikel 390 bedoeld, het Hof overeenkomstig de bepalingen van artikel 359 een onderzoek door de rechter-commissaris doen plaatsvinden.
-
In dit geval wordt gehandeld als ware het onderzoek voor onbepaalde tijd geschorst.
Artikel 392
-
Het Hof onderzoekt op de grondslag van de telastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting de geldigheid van de dagvaarding, de bevoegdheid van het Hof tot kennisneming van het tenlastegelegde feit en de ontvankelijkheid van de procureur-generaal en of er redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
-
In het geding in hoger beroep geschiedt dat onderzoek mede naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg, zoals dit volgens het daarvan opgemaakte proces-verbaal heeft plaatsgehad, en onderzoekt het Hof de ontvankelijkheid van het hoger beroep alvorens tot het onderzoek van de geldigheid van de dagvaarding over te gaan.
Artikel 393
Indien het onderzoek in artikel 392 bedoeld, daartoe aanleiding geeft, spreekt het Hof uit de niet-ontvankelijkheid van het ingestelde hoger beroep, de nietigheid van de dagvaarding, de onbevoegdheid van het Hof, de niet-ontvankelijkheid van de procureur-generaal of de schorsing van de vervolging.
Artikel 394
-
Indien het onderzoek in artikel 392 bedoeld niet leidt tot toepassing van artikel 393, beraadslaagt het Hof op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting over de vraag of bewezen is dat het feit door de verdachte is begaan, en, zo ja, welk strafbaar feit het bewezenverklaarde volgens wettelijke regeling oplevert; indien wordt aangenomen dat het feit bewezen en strafbaar is, dan beraadslaagt het Hof over de strafbaarheid van de verdachte en over de oplegging van straf of maatregel, bij wettelijke regeling bepaald.
-
In het geding in hoger beroep geschiedt de beraadslaging mede naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg, zoals dit volgens het daarvan opgemaakte proces-verbaal heeft plaatsgehad.
Artikel 395
-
Acht het Hof het tenlastegelegde feit bewezen en het feit en de verdachte strafbaar, dan legt het op de straf of de maatregel, op het feit gesteld.
-
In het geding in hoger beroep kan slechts met eenparigheid van stemmen worden bewezenverklaard datgene waarvan de verdachte in eerste aanleg is vrijgesproken. Die eenparigheid is echter niet vereist, indien bij een alternatieve telastelegging in eerste aanleg is beslist, dat door de verdachte een van de hem tenlastegelegde feiten is begaan.
-
Indien alleen de verdachte in hoger beroep is gekomen, kan hij ter zake van hetgeen in eerste aanleg te zijnen laste bewezen is verklaard, slechts met eenparigheid van stemmen tot een zwaardere straf worden veroordeeld, dan hem bij het vonnis is opgelegd.
Artikel 396
-
Acht het Hof niet bewezen dat de verdachte het hem tenlastegelegde feit heeft begaan, dan spreekt het hem vrij. Indien de vrijspraak voortvloeit uit de toepassing van artikel 413, dan wordt daarvan in het bijzonder reden gegeven.
-
Acht het Hof het feit bewezen, en het feit of de verdachte niet strafbaar, dan ontslaat het hem van alle rechtsvervolging te dier zake. In het geval bedoeld bij artikel 39, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht BES, wordt zonodig de last, bedoeld in het tweede lid van dat artikel, gegeven. In het geval bedoeld in artikel 41 van het Wetboek van Strafrecht BES, wordt zo nodig de maatregel van ter beschikkingstelling van de regering, zonder toepassing van enige straf opgelegd.
Artikel 397
-
In het geval van oplegging van straf of maatregel, van vrijspraak of ontslag van alle rechtsvervolging gelast het Hof, tenzij het verklaart tot het geven van zodanige last niet in staat te zijn, dat inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen zullen worden teruggegeven aan een met name genoemde persoon, voor zover zij niet worden verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer. De beslissing van het Hof laat ieders rechten op het voorwerp onverlet. Artikel 144 vindt zoveel mogelijk toepassing.
-
Het Hof kan gelasten dat een voorwerp, waarover een geding bij de burgerlijke rechter aanhangig is, hangende dit geding op een bepaalde wijze zal worden bewaard, op kosten van ongelijk.
-
Op een last, ingevolge het eerste en tweede lid gegeven, is artikel 145 van overeenkomstige toepassing.
-
Het Hof kan de teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen onder zekerheidstelling gelasten. Artikel 145a is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 398
-
Indien een uitspraak bij verstek is gedaan, kan, nadat deze uitvoerbaar is geworden, de beslissing van het Hof ten aanzien van de stukken van overtuiging worden uitgevoerd, nadat van die stukken, indien de uitspraak nog niet in kracht van gewijsde is gegaan, een nauwkeurige beschrijving door de griffier is opgemaakt en op de griffie neergelegd.
-
Het Hof kan van de teruggave of vernietiging overeenkomstig het eerste lid uitzonderen zodanige voorwerpen, als het nodig vindt.
Artikel 399
-
Indien het Hof valsheid in authentiek geschrift aanneemt, verklaart het bij de uitspraak het gehele stuk vals, of wijst het aan waarin de valsheid bestaat.
-
Zodra het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, stelt de griffier een door hem ondertekende aantekening op het stuk, houdende dat dit geheel of gedeeltelijk is vals verklaard en vermeldende het vonnis waarbij dit is geschied.
-
Het in het tweede lid bepaalde is niet van toepassing op akten, voorkomende in een register van de burgerlijke stand.
-
Grossen, afschriften of uittreksels van het stuk worden niet uitgegeven, dan met bijvoeging van de daarop gestelde aantekening.
Artikel 400
-
Het vonnis behelst voor zover mogelijk naam en voornamen, leeftijd, geboorteplaats, beroep en woon- of verblijfplaats van de verdachte.
-
Het bevat voorts, op straffe van nietigheid, de namen van de rechters door wie het is gewezen en de dag van de uitspraak.
Artikel 401
-
In het geding in eerste aanleg bevat het vonnis, in de gevallen van artikel 393, de daarbij vermelde beslissingen.
-
In de andere gevallen bevat het vonnis de beslissing over de punten, bij artikel 394, eerste lid, vermeld.
-
Wordt, in strijd met het te dien aanzien door de verdachte uitdrukkelijk voorgedragen verweer, artikel 393 niet toegepast of aangenomen dat het bewezenverklaarde een bepaald strafbaar feit oplevert of dat een bepaalde strafverminderings- of strafuitsluitingsgrond niet aanwezig is, dan geeft het vonnis daaromtrent bepaaldelijk een beslissing.
-
Het vonnis vermeldt verder, in geval van oplegging van straf of maatregel, de wettelijke voorschriften waarop deze is gegrond.
-
Alles op straffe van nietigheid.
Artikel 402
-
Het vonnis bevat het tenlastegelegde alsmede de vordering van de procureur-generaal.
-
De beslissingen vermeld in de artikelen 393 en 401, tweede en derde lid, zijn met redenen omkleed. Het vonnis geeft, indien de beslissing afwijkt van door de verdachte dan wel door de procureur-generaal uitdrukkelijk onderbouwde standpunten, in het bijzonder de redenen op die daartoe hebben geleid.
-
De beslissing dat het feit door de verdachte is begaan, moet steunen op de inhoud van in het vonnis opgenomen bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten of omstandigheden.
-
Het vonnis geeft in het bijzonder de redenen op, die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid.
-
Bij de oplegging van een straf of maatregel die vrijheidsontneming meebrengt, geeft het vonnis in het bijzonder de redenen op die tot de keuze van deze strafsoort, dan wel tot deze soort maatregel hebben geleid. Het vonnis geeft voorts zoveel mogelijk de omstandigheden aan, waarop bij de vaststelling van de duur van de straf is gelet.
-
Indien een zwaardere straf wordt opgelegd dan de procureur-generaal heeft gevorderd, dan wel een straf onvoorwaardelijk wordt opgelegd die vrijheidsontneming van langere duur meebrengt dan de procureur-generaal heeft gevorderd, geeft het vonnis steeds in het bijzonder de redenen op die daartoe hebben geleid. Hetzelfde geldt ingeval het Hof een zwaardere straf of maatregel oplegt dan de rechter in eerste aanleg heeft opgelegd.
-
Het vonnis wordt binnen vier maanden na de einduitspraak aangevuld met de in het derde lid bedoelde bewijsmiddelen indien de verdachte een rechtsmiddel heeft ingesteld dan wel indien de verdachte of diens raadsman daarom verzoekt of de procureur-generaal dit vordert.
-
Behoudens het gestelde in het derde lid geschiedt alles op straffe van nietigheid.
Artikel 403
-
Indien het bewijs mede wordt aangenomen op de verklaring van één getuige als bedoeld bij artikel 250, tweede lid, of van een getuige, die is verhoord op de voet van het bepaalde in artikel 261, geeft het vonnis daarvan in het bijzonder reden.
-
Indien na schorsing van de vervolging wegens een geschilpunt van burgerlijk recht van de uitspraak van de burgerlijke rechter wordt afgeweken, geeft het vonnis ook daarvan in het bijzonder reden.
-
Alles op straffe van nietigheid.
Artikel 404
-
Heeft de benadeelde partij zich in het geding gevoegd, dan beraadslaagt het Hof mede over zijn bevoegdheid om over de vordering te oordelen, over de ontvankelijkheid van die partij, over de gegrondheid van haar vordering, en over de verwijzing in de kosten door die partij en de verdachte gemaakt.
-
Het vonnis houdt alsdan, tenzij onbevoegdheid van het Hof over de vordering te oordelen of niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij wordt uitgesproken, ook in de beslissing van het Hof over de vordering en over de verwijzing in de kosten door die partij en de verdachte gemaakt.
Artikel 405
Heeft de procureur-generaal tevens een vordering ingediend tot het gelasten van gehele of gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een met toepassing van artikel 17a van het Wetboek van Strafrecht BES opgelegde straf, dan beraadslaagt het Hof mede over zijn bevoegdheid om over de vordering te oordelen, over de ontvankelijkheid van de procureur-generaal en over de gegrondheid van de vordering. Het vonnis houdt alsdan, tenzij onbevoegdheid van het Hof om over de vordering te oordelen of niet-ontvankelijkheid van de procureur-generaal wordt uitgesproken, ook de beslissing van het Hof over de vordering in.
Artikel 406
-
In het geding in hoger beroep bevat het vonnis van het Hof, in de gevallen van artikel 393, de daarbij vermelde beslissingen.
-
In de andere gevallen bevestigt het Hof het vonnis van de rechter in eerste aanleg met gehele of gedeeltelijke overneming, dan wel met verbetering van de gronden, of doet, met gehele of gedeeltelijke vernietiging van dat vonnis, wat de rechter in eerste aanleg had behoren te doen.
-
Indien echter de hoofdzaak niet door de rechter in eerste aanleg is beslist en het onderzoek daarvan gevolg moet zijn van de vernietiging van het vonnis, verwijst het Hof daartoe de zaak naar de rechter in eerste aanleg van hetzelfde rechtsgebied, tenzij door de procureur-generaal en de verdachte de beslissing van de hoofdzaak door het Hof is verlangd. In geval van verwijzing doet de rechter in eerste aanleg recht met inachtneming van ’s Hofs vonnis.
-
In geval van vernietiging van het vonnis van de rechter in eerste aanleg is het Hof niettemin bevoegd gedeelten daarvan, door daarnaar te verwijzen, in zijn vonnis over te nemen, voor zover zij niet aan nietigheid lijden. Indien het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg aan nietigheid lijdt, kan niettemin het vonnis, voor zover dit niet aan nietigheid lijdt, worden bevestigd.
-
Indien de wettelijke voorschriften, waarop de oplegging van straf of maatregel is gegrond, niet in het vonnis zijn vermeld, kan het Hof er mee volstaan het vonnis alleen te dien aanzien te vernietigen en te doen wat de rechter in eerste aanleg had behoren te doen.
-
Indien bij samenloop van meerdere feiten een hoofdstraf is uitgesproken en het hoger beroep slechts is ingesteld ten aanzien van een of meer van de feiten, wordt in geval van vernietiging ten aanzien van de straf, bij het vonnis de straf voor het andere feit of de andere feiten bepaald.
Artikel 407
-
Het vonnis wordt in eerste aanleg op straffe van nietigheid door de rechter in een openbare zitting uitgesproken in tegenwoordigheid van de officier van justitie en de griffier.
-
In hoger beroep geschiedt de uitspraak op straffe van nietigheid in een openbare zitting van het Hof, zoveel mogelijk samengesteld uit drie leden, in tegenwoordigheid van de procureur-generaal en van de griffier.
De uitspraak geschiedt zo mogelijk door de voorzitter of door een van de rechters die over de zaak heeft geoordeeld.
Artikel 408
-
De verdachte die zich ter zake van het ter terechtzitting onderzochte feit in voorlopige hechtenis bevindt, is bij de uitspraak tegenwoordig, tenzij hij daartoe buiten staat is of hij mondeling of schriftelijk te kennen heeft gegeven weg te willen blijven.
-
Is zodanige verdachte tot het bijwonen van de uitspraak buiten staat, dan wordt ten spoedigste het vonnis hem ter plaatse waar hij wordt gevangengehouden, door de griffier voorgelezen, met de kennisgeving in artikel 409 voor de voorzitter voorgeschreven. Van een en ander wordt door de griffier op het vonnis melding gemaakt.
-
Indien de verdachte gevangen wordt gehouden in een ander eilandgebied dan dat waar het rechtsgeding heeft plaatsgevonden, kan de voorlezing bedoeld in het tweede lid geschieden door de griffier in het eilandgebied waar de verdachte wordt gevangengehouden.
Artikel 409
-
Indien de verdachte in het geding in eerste aanleg bij het uitspreken van het vonnis tegenwoordig is, geeft de rechter hem daarbij mondeling kennis van het rechtsmiddel, dat tegen het vonnis openstaat, en van de termijn waarbinnen dat rechtsmiddel kan worden aangewend.
-
In hoger beroep geeft de voorzitter de verdachte op gelijke wijze kennis van diens bevoegdheid cassatie in te stellen bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel 410
-
Het vonnis wordt binnen tweemaal vierentwintig uren na de uitspraak ondertekend door de rechter of rechters die over de zaak hebben geoordeeld, en door de griffier die bij de uitspraak tegenwoordig is geweest.
-
Zo een of meer van hun daartoe buiten staat zijn, wordt hiervan aan het slot van het vonnis melding gemaakt.
-
Zodra het vonnis is getekend en in ieder geval na afloop van de termijn waarbinnen enig rechtsmiddel openstaat, kan de verdachte of zijn raadsman daarvan en van het proces-verbaal van de terechtzitting kennisnemen.
Artikel 411
-
Indien de verdachte bij het vonnis bij verstek gewezen, niet van de gehele tenlastelegging is vrijgesproken, wordt een mededeling van de beslissing door het Hof overeenkomstig de artikelen 393, 395, eerste lid, of 396, tweede lid, gegeven, vanwege de procureur-generaal zo spoedig mogelijk aan de verdachte betekend. Deze bepaling geldt niet ten aanzien van de verdachte aan wie voor zover betreft het rechtsgeding bij verstek, de dagvaarding om ter terechtzitting te verschijnen in persoon is betekend. De mededeling vermeldt de rechters die het vonnis hebben gewezen, de dagtekening van het vonnis, de in het vonnis voorkomende rechtskundige benaming van het strafbare feit met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse dat feit begaan zou zijn, en, voor zover in het vonnis vermeld, naam en voornamen, leeftijd, geboorteplaats, beroep en woon- of verblijfplaats van de verdachte.
-
De mededeling wordt in alle gevallen waarin de procureur-generaal dit bepaalt, en overigens zoveel mogelijk, aan de verdachte in persoon betekend.
-
Is ten aanzien van de verdachte artikel 17a van het Wetboek van Strafrecht BES toegepast, dan vermeldt de mededeling bovendien alle beslissingen die betrekking hebben op het in dat artikel bedoelde bevel, alsmede het tijdstip waarop ingevolge artikel 17b, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht BES de proeftijd zal ingaan, terwijl de betekening niet anders geschiedt dan aan de verdachte in persoon.
-
De mededeling vindt eveneens plaats, indien de dagvaarding om ter terechtzitting te verschijnen de verdachte in persoon is betekend of de verdachte ter terechtzitting is verschenen, maar nadien het onderzoek op de terechtzitting voor onbepaalde tijd is geschorst en de oproeping om op de nadere terechtzitting te verschijnen niet aan de verdachte in persoon is betekend en hij evenmin op de nadere zitting is verschenen. Het derde lid is van toepassing.