-
Ieder, die kennis draagt van een van de misdrijven omschreven in de artikelen 97 tot en met 117 van het Wetboek van Strafrecht BES, in Titel VII van het Tweede Boek van dat wetboek, voor zover daardoor levensgevaar is veroorzaakt, of in de artikelen 300 tot en met 312 van dat wetboek, van mensenroof of van verkrachting, dan wel van het voornemen tot een van deze misdrijven, is verplicht daarvan onverwijld aangifte te doen bij een opsporingsambtenaar.
-
De bepaling van het eerste lid is niet van toepassing op hem, die door de aangifte gevaar zou doen ontstaan voor een vervolging van zichzelf of van iemand bij wiens vervolging hij zich van het afleggen van getuigenis zou kunnen verschonen.
-
Evenzo is ieder, die kennis draagt dat iemand gevangen gehouden wordt op een plaats die niet wettig daarvoor bestemd is, verplicht daarvan onverwijld aangifte te doen bij een opsporingsambtenaar.
Wetboek van Strafvordering BES Laatste controle 30-03-2026, laatste wijziging 22-03-2026.
Inhoud
Titel I Algemene bepalingen
Titel III Het openbaar ministerie en de bevoegdheid van de rechter
Titel IV Rechterlijk bevel tot vervolging of verdere vervolging van strafbare feiten
Titel V Schorsing van de vervolging
Titel VI Behandeling door de raadkamer
Titel VII Rechterlijke voorzieningen bij dringende noodzaak
Titel VIII Algemeen voorschrift met betrekking tot rechterlijke beslissingen
Titel IX Geheimhouding
Titel X Beëdiging
Tweede Boek De verdachte en zijn raadsman
Titel I De verdachte
Eerste Afdeling Begripsomschrijving
Tweede Afdeling Rechtskundige bijstand
Derde Afdeling Zwijgrecht
Vierde Afdeling Processtukken
Vijfde Afdeling Behandeling binnen een redelijke termijn
Titel II De raadsman
Eerste Afdeling Algemene bepalingen
Tweede Afdeling Keuze van de raadsman
Derde Afdeling Toevoeging van een raadsman
Vierde Afdeling Bevoegdheden van de raadsman betreffende het verkeer met de verdachte en de kennisneming van processtukken
Derde Boek Enige bijzondere dwangmiddelen
Titel I Algemeen
Titel II Staandehouding en aanhouding
Titel III Betreden van plaatsen ter aanhouding
Titel IV Onderzoek aan lichaam en kleding
Titel V Ophouding voor verhoor
Titel VI Mededeling van rechten bij ophouding voor verhoor
Titel VII Inverzekeringstelling
Titel VIII Voorlopige hechtenis
Eerste Afdeling Bewaring
Tweede Afdeling Gevangenhouding en gevangenneming
Derde Afdeling Gevallen waarin voorlopige hechtenis is toegestaan
Vierde Afdeling Gronden voor voorlopige hechtenis
Vijfde Afdeling Tenuitvoerlegging en opheffing van bevelen tot voorlopige hechtenis
Zesde Afdeling Hoger beroep inzake bevelen tot voorlopige hechtenis
Zevende Afdeling Voorlopige hechtenis bij einduitspraken
Achtste Afdeling Het horen van de in voorlopige hechtenis gestelde verdachte
Negende Afdeling Inhoud van de bevelen en hun betekening
Tiende Afdeling Schorsing en opschorting van de voorlopige hechtenis
Titel IX Inbeslagneming
Eerste Afdeling Algemene bepalingen
Tweede Afdeling Inbeslagneming door opsporingsambtenaren of bijzondere personen
Tweede afdeling A De inbeslagneming op grond van artikel 119a
Derde Afdeling Inbeslagneming door de rechter-commissaris
Vierde Afdeling Bewaring van inbeslaggenomen voorwerpen
Vijfde Afdeling Teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen
Zevende Afdeling Beklag over inbeslagneming
Titel X Binnentreden in woningen
Titel XI Betreden van enkele bijzondere plaatsen
Titel XII Handhaving van de orde ter gelegenheid van ambtsverrichtingen
Titel XIII Maatregelen ter gelegenheid van een schouw of een huiszoeking
Titel XV Opneming ter observatie
Titel XVI Strafrechtelijk financieel onderzoek
Titel XVII Bijzondere bevoegdheden tot opsporing
Titel XVIII Bijzondere bevoegdheden
Eerste Afdeling Planmatige observatie
Tweede Afdeling Infiltratie
Derde Afdeling Pseudo-koop of -dienstverlening
Vierde Afdeling Stelselmatig inwinnen van informatie
Vijfde Afdeling Bevoegdheden in een besloten plaats
Zesde Afdeling Opnemen en onderzoek communicatie
Zevende Afdeling Vorderen van gegevens
Achtste Afdeling Steunbevoegdheden
Titel XIX Bijstand aan opsporing door burgers
Eerste Afdeling Burgerpseudokoop of -dienstverlening en inwinning van informatie
Tweede Afdeling Burgerinfiltratie
Titel XX Doorlaten
Titel XXI Verkennend onderzoek
Titel XXII Schadevergoeding wegens toepassing van dwangmiddelen
Vierde Boek Opsporingsonderzoek, gerechtelijk vooronderzoeken daarna te nemen beslissingen
Titel I Het opsporingsonderzoek
Eerste Afdeling De ambtenaren
Tweede Afdeling Aangiften en klachten
Derde Afdeling Opgave als benadeelde partij
Vierde Afdeling Beslissing omtrent al dan niet vervolgen
Titel II De rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken
Eerste Afdeling Benoeming en ontslag
Tweede Afdeling Verrichtingen van de rechter-commissaris in het algemeen
Titel III Gang van het gerechtelijk vooronderzoek
Eerste Afdeling De vordering van de officier van justitie
Tweede Afdeling Instellen van het gerechtelijk vooronderzoek
Derde Afdeling Het verhoor van de verdachte
Vierde Afdeling Het verhoor van de getuige
Vijfde Afdeling Bedreigde getuigen
Zesde Afdeling Deskundigen
Zevende Afdeling Sluiting van het gerechtelijk vooronderzoek
Titel IV Beslissing omtrent al dan niet verdere vervolging
Vijfde Boek De terechtzitting
Titel I Het aanhangig maken van de zaak ter terechtzitting in eerste aanleg
Titel II Bezwaarschrift tegen de dagvaarding
Titel III Het aanhangig maken van de zaak ter terechtzitting in hoger beroep
Titel IV Behandeling ter terechtzitting
Eerste Afdeling Algemene bepaling
Tweede Afdeling Onderzoek van de zaak op de terechtzitting
- Artikel 303
- Artikel 304
- Artikel 305
- Artikel 306
- Artikel 307
- Artikel 308
- Artikel 309
- Artikel 310
- Artikel 311
- Artikel 312
- Artikel 313
- Artikel 314
- Artikel 315
- Artikel 316
- Artikel 317
- Artikel 318
- Artikel 319
- Artikel 320
- Artikel 321
- Artikel 322
- Artikel 323
- Artikel 324
- Artikel 325
- Artikel 326
- Artikel 327
- Artikel 328
- Artikel 329
- Artikel 330
- Artikel 331
- Artikel 332
- Artikel 333
- Artikel 334
- Artikel 335
- Artikel 336
- Artikel 337
- Artikel 338
- Artikel 339
- Artikel 340
- Artikel 341
- Artikel 342
- Artikel 343
- Artikel 344
- Artikel 345
- Artikel 346
- Artikel 347
- Artikel 348
- Artikel 349
- Artikel 350
- Artikel 351
- Artikel 352
- Artikel 353
- Artikel 354
- Artikel 355
- Artikel 356
- Artikel 357
- Artikel 358
- Artikel 359
- Artikel 360
- Artikel 361
- Artikel 362
- Artikel 363
- Artikel 364
- Artikel 365
- Artikel 366
- Artikel 367
- Artikel 368
- Artikel 369
- Artikel 370
- Artikel 371
- Artikel 372
- Artikel 373
Derde Afdeling Benadeelde partij
Vierde Afdeling Bewijs
Vijfde Afdeling Beraadslaging en uitspraak
Zesde Afdeling Zaken ad informandum
Zevende Afdeling Gevolgen van normschendingen
Titel V Berechting van overtredingen in eerste aanleg
Zesde Boek Rechtsmiddelen
A Gewone Rechtsmiddelen
Zevende Boek Enige rechtsplegingen van bijzondere aard
Titel I Strafvordering ter zake van ambtsmisdrijven
Titel II Strafvordering in zaken betreffende jeugdige personen
Eerste Afdeling Algemene bepalingen
Tweede Afdeling Strafvordering in zaken betreffende personen, die op het tijdstip waarop de vervolging tegen hen is aangevangen, de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt
Titel III Berechting van verdachten, bij wie tijdens het begaan van het feit gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke storing van de geestvermogens bestond
Titel IIIa Strafvordering ter zake van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
Titel IV Verschoning en wraking van rechters
Titel V Vervolging en berechting van rechtspersonen en andere samenwerkingsverbanden
Titel VI Strafvordering buiten het rechtsgebied van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Tweede Afdeling Toepassing van enige bijzondere dwangmiddelen
Derde Afdeling Verplichting van de schipper
Titel VII Rechterlijke bevelen tot handhaving van de openbare orde
Titel VIII Internationale rechtshulp
Eerste Afdeling Algemene bepalingen
Tweede Afdeling Feiten begaan aan boord van luchtvaartuigen
Titel IX Overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen
Eerste Afdeling Algemene bepalingen
Tweede Afdeling
Derde Afdeling Procedure
Par. 1 Behandeling van buitenlandse verzoeken tot tenuitvoerlegging
Par. 2 Behandeling van verzoeken van Bonaire, Sint Eustatius en Saba tot tenuitvoerlegging in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba van in een vreemde staat opgelegde sancties
Par. 3 Gerechtelijke procedure
Par. 4 Buitengerechtelijke procedure
Vierde Afdeling Overdracht van de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Vijfde Afdeling Slotbepalingen
Achtste Boek Tenuitvoerlegging en kosten
Titel I Tenuitvoerlegging
Eerste Afdeling Algemene bepalingen
Tweede Afdeling Uitvoerbaarheid van beslissingen
Derde Afdeling Tenuitvoerlegging van bevelen tot vrijheidsontneming en veroordelende vonnissen
Vierde Afdeling Rechtsgeding tot herkenning van veroordeelden of van andere gevonniste personen
Vijfde Afdeling Wijze van kennisgeving van gerechtelijke mededelingen aan natuurlijke personen
Tweede Afdeling
Artikel 199
Ieder, die kennis draagt van een begaan strafbaar feit, is bevoegd daarvan aangifte te doen. Tot het doen van klacht is de belanghebbende bevoegd.
Artikel 200
-
Openbare colleges of ambtenaren, die in de uitoefening van hun bediening kennis krijgen van een misdrijf met de opsporing waarvan zij niet zijn belast, zijn verplicht daarvan onverwijld aangifte te doen, met afgifte van de tot de zaak betrekkelijke stukken, aan de officier van justitie of een hulpofficier van justitie,
indien het misdrijf is een ambtsmisdrijf, als bedoeld in Titel XXVIII van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht BES, dan wel
indien het misdrijf is begaan door een ambtenaar, die daarbij een bijzondere ambtsplicht heeft geschonden of daarbij gebruik heeft gemaakt van macht, gelegenheid of middel hem door zijn ambt geschonken, dan wel
indien door het misdrijf inbreuk op of onrechtmatig gebruik wordt gemaakt van een regeling waarvan de uitvoering of de zorg voor de naleving aan hen is opgedragen.
-
Zij verschaffen de officier van justitie of de hulpofficier desgevraagd alle inlichtingen omtrent strafbare feiten met de opsporing waarvan zij niet zijn belast en die in de uitoefening van hun bediening te hunner kennis zijn gekomen.
-
De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de ambtenaar, die door het doen van aangifte of het verschaffen van inlichtingen gevaar zou doen ontstaan voor een vervolging van zichzelf of van iemand bij wiens vervolging hij zich van het afleggen van getuigenis zou kunnen verschonen.
-
Gelijke verplichtingen rusten op rechtspersonen of organen van rechtspersonen wier taken en bevoegdheden zijn omschreven bij of krachtens de wet, voor zover daartoe bij algemene maatregel van bestuur aangewezen.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld in het belang van een goede uitvoering van dit artikel.
-
De aangifteplicht met betrekking tot misdrijven als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, kan in overleg met de officier van justitie en met inachtneming van de regels gesteld krachtens het vijfde lid, nader worden beperkt.
Artikel 201
-
De aangifte van een strafbaar feit geschiedt mondeling of schriftelijk bij de bevoegde ambtenaar, hetzij door de aangever in persoon, hetzij door een ander, daartoe door hem van een bijzondere schriftelijke volmacht voorzien.
-
De mondelinge aangifte wordt door de ambtenaar die haar ontvangt, op schrift gesteld en na voorlezing door hem met de aangever of diens gemachtigde ondertekend. Indien deze niet kan tekenen, wordt de reden van het beletsel vermeld.
-
De schriftelijke aangifte wordt door de aangever of diens gemachtigde ondertekend. De schriftelijke volmacht, of, zo zij voor een notaris in minuut is verleden, een authentiek afschrift daarvan, wordt aan de akte gehecht.
-
Tot het ontvangen van de aangiften, bedoeld in de artikelen 198 en 199, zijn de opsporingsambtenaren, en tot het ontvangen van de aangiften, bedoeld in artikel 200, de daarbij genoemde ambtenaren, verplicht. Artikel 194 is van toepassing.
Artikel 202
-
Bij strafbare feiten alleen op klacht vervolgbaar, geschiedt deze klacht mondeling of schriftelijk bij de bevoegde ambtenaar, hetzij door de tot de klacht gerechtigde in persoon, hetzij door een ander, daartoe door hem van een bijzondere schriftelijke volmacht voorzien. De klacht bestaat in een aangifte met verzoek tot vervolging.
-
Het tweede en derde lid van artikel 201 zijn van toepassing.
Artikel 203
-
Tot het ontvangen van de klacht is elke officier van justitie en elke hulpofficier van justitie verplicht.
-
Artikel 193 is van toepassing.
Artikel 204
Indien de klacht krachtens artikel 66, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht BES door de wettige vertegenwoordiger van een minderjarige, die twaalf jaren of ouder is of van een onder curatele gestelde is geschied, gaat de officier van justitie niet tot vervolging over dan na de vertegenwoordigde persoon, zo deze in het land verblijft, in de gelegenheid te hebben gesteld zijn mening omtrent de wenselijkheid van vervolging kenbaar te maken, althans na deze daartoe behoorlijk te hebben opgeroepen, tenzij dit in verband met de lichamelijke of geestelijke toestand van de minderjarige of de onder curatele gestelde niet mogelijk of niet wenselijk is.
Artikel 205
De intrekking van de klacht geschiedt bij de ambtenaren, op de wijze en in de vorm voor het doen van de klacht bij de artikelen 201, 202 en 203 bepaald. Artikel 193 is van toepassing.