In de gevallen waarin het binnentreden van plaatsen krachtens dit wetboek is toegelaten, geschiedt dit, buiten het geval van ontdekking op heterdaad, niet:
in de vergaderruimten van een van de eilandsraden, gedurende de vergadering;
in de ruimten bestemd voor godsdienstoefeningen of bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, gedurende de godsdienstoefening of bezinningssamenkomst;
in de ruimten waarin terechtzittingen worden gehouden, gedurende de terechtzitting.